Is het huidige monetaire beleid van de centrale banken vol te houden? Zo vraagt Robin McDonald, fondsbeheerder bij Schroders, zich af. Zijn antwoord maakt duidelijk dat er maar een afloop mogelijke is: een slechte.
Sinds de val van Lehman Brothers in september 2009 zijn er wereldwijd door de 50 belangrijkste centrale banken 673 renteverlagingen doorgevoerd.
De Bank of England voerde de laatste renteverlaging door. Als gevolg van de keuze voor een Brexit heeft zij de rente naar 0,25% teruggebracht. Sinds het Britse EU-referendum is het rendement op 10-jarige Engelse staatsobligaties meer dan gehalveerd, van een al lage 1,37% naar onder 0,60%.
Het is belangrijk om te kijken naar wat de gevolgen hiervan zijn voor toekomstige rendementen. Met een dergelijk lage rente moeten kopers van obligaties zich ervan bewust zijn dat het cumulatieve rendement van tienjaars schuldpapier onder de 6% blijft.
Volgens McDonald is het niet vol te houden om staatsleningen uit te geven tegen een rente van 0,6%. Maar de markt lijkt wereldwijd uit te gaan van een langdurige periode van lage groei en lage inflatie. Dat is wellicht een understatement nu voor 13 biljoen dollar aan obligaties negatief rendeert. Desalniettemin, het laatste waarop de markt anticipeert is een periode van hogere groei en/of inflatie. Maar toch, op papier lijkt dat meer plausibel vandaag de dag dan in de afgelopen jaren, want:
- Het monetaire beleid is uitzonderlijk ruim.
- Een gevolg van QE is dat er een schaarste is aan obligaties, nieuwe uitgiften zullen gretig aftrek vinden.
- Door de lage rente zijn openbare werken die meer rendement bieden dan obligatierendementen geen toekomstige last voor de belastingbetaler.
- Beide presidentskandidaten in de VS pleiten voor een ruimer begrotingsbeleid, Japan zit al in die modus en de verwachting is dat het VK de overheidsbestedingen ook zal opschroeven.
- De arbeidsmarkten in veel ontwikkelde landen zijn krap, gezien de lage werkloosheid en de accelererende loonontwikkeling.
- Olie- en grondstoffenprijzen zijn over hun dieptepunt heen en de dollar dollar over zijn piek. De kerninflatie in de VS koerst al boven de 2% en elders is de trend stijgende.
Als een regering overgaat tot het opvoeren van de overheidsbestedingen om seculiere stagnatie tegen te gaan, waardoor groei en inflatie zouden aantrekken, dan staan obligatiebeleggers direct voor een grote uitdaging. Het wordt problematisch als bij een hogere groei de private sector bereid is weer meer te lenen en te investeren, precies zoals de centrale banken hopen. Dan kan inflatie gauw uit de hand lopen, tenzij de centrale bank de liquiditeit terugtrekt die het met QE in de markt heeft gepompt. Dan moet de centrale bank obligaties gaan verkopen die op de balans staan, een nachtmerrie voor de economie en de obligatiemarkt.
Hoe eindigt deze cyclus?
De markt gokt erop dat de overheden geen grote tekorten aan zullen gaan om de in de private sector aanwezige terughoudendheid om te investeren te compenseren. En daarbij gaat de markt er ook vanuit dat de private sector niet uit zijn as verrijst. De vraag is dan of een rendement begrensd op slechts 6% nominaal voldoende compensatie biedt voor de risico’s die een obligatiebelegger de komende tien jaar loopt, gelet op het gegeven dat het neerwaartse potentieel een veelvoud is van dat bedrag.
De centrale banken zitten met een ongekend dilemma. Door een krapper beleid te voeren, helpen ze de economie en obligatiemarkt om zeep. Door een ruim beleid te voeren, jagen ze de inflatie op, terwijl de eigen geloofwaardigheid ondermijnd wordt. Hoe dan ook, deze cyclus kan in potentie een slechte afloop hebben.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!

