De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft een bestuurlijke boete van 120.000 euro opgelegd aan de heer S.R. Kooij. Hij heeft van 1 juni 2010 tot 23 november 2010 feitelijk leidinggegeven aan het illegaal aanbieden van beleggingsobjecten door Ontwikkeling Vastgoed Nederland B.V. (OVN). Deze onderneming heeft percelen grond aangeboden aan consumenten, waarbij werd gespeculeerd op een waardevermeerdering door een bestemmingswijziging.
Overtreding OVN
Door te speculeren op een waardevermeerdering van deze percelen grond, stelde OVN een rendement in het vooruitzicht. Het beheer van de grond werd uitgevoerd door een andere partij dan de belegger. In dat geval is sprake van het aanbieden van beleggingsobjecten. Volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) is daarvoor een vergunning verplicht (artikel 2:55 Wft).
Het is belangrijk dat financiële dienstverleners beschikken over een vergunning van de AFM. Een vergunning biedt bescherming aan consumenten. Voordat de AFM een vergunning verleent, toetst zij onder meer of een financiële dienstverlener voldoet aan de eisen van betrouwbaarheid, deskundigheid en integriteit. Bovendien moet een dienstverlener met een vergunning zich houden aan de zogenoemde doorlopende gedragsregels. Deze gaan onder meer over een zorgvuldige dienstverlening aan consumenten.
Feitelijk leidinggeven door de heer Kooij
De heer Kooij fungeerde als verkoopleider van OVN en was hiermee rechtstreeks bij de overtreding betrokken. Zo hield hij zich onder meer bezig met de aan- en verkoop van grond, de verkooptechnieken en de interne begeleiding daarvan.
De AFM heeft vastgesteld dat de heer Kooij op de hoogte was van het aanbieden door OVN, dat hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was het aanbieden te beëindigen en dat hij maatregelen daartoe achterwege heeft gelaten. Dit zijn in de rechtspraak ontwikkelde criteria voor het aannemen van het feitelijk leidinggeven aan een overtreding. Ook personen die niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel staan ingeschreven als functionaris van de onderneming, zoals de heer Kooij, kunnen feitelijk leidinggeven aan een dergelijke overtreding.
Voor deze overtreding geldt een basisbedrag van 2.000.000 euro. Het basisbedrag kan worden verlaagd of verhoogd als de ernst of duur van de overtreding, of de mate waarin de overtreding aan iemand te verwijten valt (verwijtbaarheid) daartoe aanleiding geven. Daarnaast houdt de AFM bij het vaststellen van de hoogte van de boete rekening met de omvang van het eigen vermogen van de overtreder. Voorts kan de AFM de boete matigen, als de financiële draagkracht van de overtreder daartoe aanleiding geeft. De AFM ziet aanleiding om het basisbedrag te verhogen op grond van verhoogde verwijtbaarheid. Op basis van het eigen vermogen van de heer Kooij heeft de AFM de boete vastgesteld op 125.000 euro. De boete is bij de beslissing op bezwaar van de heer Kooij op basis van draagkracht verder gematigd van 125.000 euro naar 120.000 euro.
Het besluit van de AFM is door belanghebbende ter toetsing aan de rechter voorgelegd. De rechter heeft het besluit van de AFM in stand gelaten. De belanghebbende kan tegen de uitspraak van de rechter hoger beroep instellen.
Bron: AFM
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!

