Voor aandelenmarkten is de zomer doorgaans vrij mistroostig, zoals in 2010 en 2011 weer is gebleken. Wordt 2012 een uitzondering op de regel?
Er zijn veel redenen te bedenken waarom dit wel eens het geval zou kunnen zijn. Wie de huidige trends in de wereldwijde aandelenmarkten analyseert, kan de hoger dan verwachte winsten, de solide balansen, de enorme bedragen aan teruggekochte aandelen en de met kasmiddelen gefinancierde overnames niet zijn ontgaan. En dit tegen een achtergrond van heel redelijke waarderingen, zeker in relatie tot de lage rente. Sceptici zouden kunnen aanvoeren dat veel van deze zaken in het voorjaar van 2011 eveneens golden. Maar sindsdien is er nog een verdere mondiale verbetering opgetreden. En er is meer. De wereldeconomie laat nog steeds een respectabel cyclisch momentum zien, onder leiding van de opkomende markten, Japan, Duitsland en de VS. De meeste woningmarkten stabiliseren, waarbij zwakkere regio’s (zoals Nederland) een tegenwicht vinden in duidelijke gevallen van herstel. Hetzelfde kan worden gezegd van de werkgelegenheid, waarbij met name de VS en Duitsland het voortouw nemen.
Verstorende invloed
Ondanks dit alles is het marktsentiment in april langzaam verslechterd. De vrees voor een oliecrisis of een harde landing in China lijkt weliswaar te zijn weggeëbd, maar nu spookt de eurocrisis in toenemende mate weer door de hoofden van beleggers. En die herinneren zich nog heel goed dat het deze zelfde crisis was die in 2010 en 2011 de zomerdip veroorzaakte. Landen als Spanje en/of Griekenland zouden de komende maanden weleens opnieuw een acuut probleem kunnen gaan vormen, en sinds de kredietcrisis weet iedereen hoe groot het besmettingsgevaar is. In een later stadium zouden ook Italië en Frankrijk een verstorende invloed kunnen gaan uitoefenen, gezien de inflexibiliteit van beide economieën en de noodzaak van (verdere) hervormingen van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt. Op korte termijn zullen wereldwijde beleggers daarom een afweging moeten maken tussen de risico’s in een relatief klein deel van hun beleggingsuniversum (de eurozone) en de overwegend positieve ontwikkelingen elders. Met de blik gericht op de wat langere termijn zullen ze zich ook moeten realiseren dat de huidige opleving in de VS mogelijk alweer ten einde zal lopen wanneer de nieuwe president gedwongen wordt te snijden in de begroting. Dit is echter niet van onmiddellijk belang.
Wisselwerking
Nu beleggers zich in toenemende mate concentreren op de risico’s, is de vraag welke ontwikkelingen ervoor zouden kunnen zorgen dat de markten in de zomer verder stijgen. Je moet tenslotte altijd rekening houden met het onverwachte. Gelet op de relatief lage waarderingen van dit moment kan alleen al het uitblijven van negatieve verrassingen een positieve verrassing vormen, zeker in de eurozone. Dat gezegd zijnde, blijft de kans op een stroom aan negatief nieuws over de eurozone in het huidige politieke klimaat echter groot. Ervan uitgaande dat de aandelenmarkt ruwweg kan worden onderverdeeld in 20% financials, 50% cyclische sectoren (industriële ondernemingen, enz.) en 30% defensieve sectoren (farmaceutische ondernemingen, voedsel, enz.), zijn voor een rally over het algemeen zowel de financials als de cyclische sectoren nodig, zoals we eerder dit jaar hebben gezien. En daar ligt een probleem. De meest voor de hand liggende aanjager van de financials zou op dit moment een nieuwe ronde van kwantitatieve verruiming door de centrale banken zijn. Maar omdat de balansen van westerse banken inmiddels goeddeels zijn gerepareerd, is dit alleen waarschijnlijk als het economische momentum, dat bepalend is voor de koersen van cyclische aandelen, terugvalt. Een langdurige rally lijkt derhalve onwaarschijnlijk.Concluderend verwachten we voor de zomerperiode een voortdurende wisselwerking tussen enerzijds redelijke mondiale groei en anderzijds zorgen over de eurozone. Een voornamelijk zijdelingse koersbeweging lijkt in dat kader het meest waarschijnlijk, met wat meer neerwaartse dan opwaartse risico’s.