In de afgelopen twee jaar is de economische groei in China gedaald van 12 naar 8%. Op het eerste gezicht lijkt dit niet zo dramatisch. Zeker in vergelijking met de meeste andere landen in de wereld is 8% natuurlijk nog steeds een geweldige groeivoet. Toch zorgt de vertraging voor problemen, zowel in China als daarbuiten. En daar komt nog eens bij dat 8% niet het eindpunt is. In de komende jaren zal de Chinese groei waarschijnlijk blijven vertragen, tot zo’n 5% in 2017.
Er zijn drie goede redenen waarom China het hoge groeitempo van de afgelopen decennia niet kan vasthouden. Ten eerste is er het demografische omslagpunt. In de laatste dertig jaar kwamen er gemiddeld tien miljoen nieuwe mensen bij op de arbeidsmarkt. In de komende jaren zullen dat er enkele miljoenen zijn en vanaf 2016 zal de arbeidsmarkt zelfs beginnen te krimpen.
Deze ontwikkeling dwingt China de economie anders in te richten. Niet langer kunnen de arbeidsintensieve export- en constructiesector de belangrijkste groeimotoren zijn. Er moet een omslag gemaakt worden naar de dienstensector, wat betekent dat de overheid minder controle over het tempo van economische groei zal hebben. Consumptiegroei is vooral een functie van consumentenvertrouwen. Investeringen in de sociale zekerheid, gezondheidszorg, pensioenen en sociale huisvesting zijn cruciaal om in de toekomst te kunnen bouwen op duurzame consumptiegroei.
Bankencrisis
De tweede reden waarom China minder hard zal kunnen groeien is de enorme krediet- en investeringsboom die de overheid organiseerde in 2008. In 2009 en de eerste helft van 2010 werden er zoveel nieuwe leningen uitgegeven dat kredietgroei boven de 20% uitsteeg en tijdelijk zelfs 35% bereikte. In die jaren groeiden investeringen in infrastructuur met meer dan 40%.
Inmiddels bedragen investeringen bijna 50% van het totale BBP, een ongekend hoog cijfer, en is de totale schuld in de economie opgelopen tot 230%. Als gevolg van de agressieve economische stimulering vanaf 2008 nam de inflatiedruk snel toe, begon de huizenmarkt op een zeepbel te lijken en kwamen provincies en gemeenten in de financiële problemen.
Inmiddels heeft de overheid weer op de rem getrapt en is inflatie weer terug op een aanvaardbaar niveau van 3%. Maar de onevenwichtigheden in de economie zijn duidelijk toegenomen sinds 2008. Dit maakt het haast onmogelijk voor de overheid om opnieuw terug te vallen op verregaande stimulering van de economie. Het lijkt er nu op dat de regering in Beijing zal proberen de groei boven de 7.5% te houden, maar dit is zeker geen harde target meer. Het risico van een nieuw inflatieprobleem of een bankencrisis is simpelweg te groot geworden.
De derde reden voor een verdere Chinese vertraging is de kredietcrisis in Europa en de VS. De problemen in de eurozone en de kwetsbare Amerikaanse economie zullen een spoedig herstel in wereldhandelsgroei moeilijk maken. China ziet de exportgroei nu al krimpen. Door hogere lonen, inflatie en een sterkere munt is China niet meer in staat om het marktaandeel in de wereld te vergroten. Dit betekent dat de zwakke wereldhandelsgroei meteen leidt tot problemen in de Chinese exportsector. Het vertrouwen in die sector, met name bij de kleinere bedrijven, is momenteel erg laag. Nieuwe investeringen worden nauwelijks nog gedaan en arbeiders dreigen hun baan te verliezen.
Motor valt stil
De crisis in Europa en Amerika, de onevenwichtigheden in de Chinese economie en de verslechterende demografische ontwikkelingen in China zorgen ervoor dat het Chinese groeiwonder snel aan het verbleken is. In de komende jaren zal de groeivertraging hoogstwaarschijnlijk doorzetten. China zal niet meer de groeimotor voor de rest van de wereld zijn die het lange tijd geweest is. Met name in de grondstoffenexporterende landen, zoals Australië en Brazilië, en de kapitaalgoederenexporteurs in Duitsland, Japan en Korea, zal dit gevoeld worden.
Door: Maarten Jan Bakkum, ING Investment Managers
![]()

