Na in 2001 het acroniem BRIC te hebben geïntroduceerd kwam Jim O’Neill – de voorzitter van de divisie vermogensbeheer van Goldman Sachs – deze week in een gesprek met de Financial Times met de aanduiding MIKT. Met dit tweede kwartet (Mexico, Indonesië, (Zuid-)Korea en Turkije) wil hij aangeven dat er meer landen zijn dan alleen die van de BRIC (Brazilië, Rusland, India en China) die het verdienen door beleggers serieus te worden genomen.
Het gaat hier om grote economieën (stuk voor stuk meer dan 1% van het wereld-bbp) met een hoge groeipotentie. Het gebruik van dergelijke acroniemen speelt in op de behoefte om een complexe wereld overzichtelijk te maken door deze in te delen in categorieën. Het kan daarnaast nuttig zijn vanuit marketingoogpunt maar er kunnen ook reële consequenties zijn. Zo was de introductie van BRIC destijds voor velen een ‘eye-opener’. Beleggers begonnen zich te realiseren dat deze landen in 2050 de huidige rijkste landen van de wereld zouden hebben ingehaald. Er kwamen BRIC-beleggingsfondsen en er is zelfs sprake van een geregeld politiek overleg tussen deze landen.
Waarschijnlijk zal het effect van MIKT veel minder zijn dan destijds van BRIC. De meeste beleggers zijn er immers al lang van doordrongen dat er naast de BRIC-landen nog veel meer groeimarkten zijn waar aantrekkelijke rendementen kunnen worden gehaald. Misschien wordt het tijd voor een kwartet van landen die het minst aantrekkelijk zijn. Wat dacht u van ZEIG (Zimbabwe, Eritrea, Italië en Grenada)? Van alle 183 door het IMF bijgehouden landen, registreerden deze vier in de afgelopen vijf jaar gemiddeld de laagste economische groei. Opvallend is dat Italië hierbij zit. Zo bezien is het eigenlijk nog een wonder dat Italië tot nu toe nog steeds wat afzijdig van de Europese schuldencrisis heeft kunnen blijven.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
