De banken zullen hard hun best moeten doen om beleggers te overtuigen van de waarde van hun beleggingsadvies omdat de Nederlandse belegger op dit moment nog geen grote bereidheid kent om te betalen voor beleggingsadvies. Per 1 januari 2014 mogen de kosten van advies hiervan niet langer versleuteld worden in de beheervergoeding van beleggingsfondsen. Uit een representatief onderzoek van asset manager Schroders onder Nederlandse beleggers blijkt dat driekwart van de beleggers zich zeer kritisch toont en van plan is om ofwel op zoek te gaan naar goedkopere mogelijkheden, ofwel te wisselen van bank of vermogensbeheerder als de kwaliteit van het advies te wensen overlaat. Een kwart verwacht dat er per saldo niet veel verandert omdat aan de ene kant de kosten voor advies zichtbaar worden, aan de andere kan de kosten voor de fondsen zullen dalen en dit elkaar opheft.
Volgens Hein Kuijpers, head of distribution Schroders Nederland, toont het onderzoek aan dat banken de waarde van advies duidelijker voor hiet voetlicht moeten brengen: "De belegger heeft advies en beleggingsinformatie over beleggingsfondsen als vanzelfsprekend beschouwd. Nu de kosten expliciet worden, is het zaak dat vermogensbeheerders en banken duidelijk maken dat hun advies echt toegevoegde waarde heeft. Ik ben er van overtuigd dat de banken daartoe in staat zullen zijn, maar het vergt soms een verandering van koers."
De Nederlandse belegger blijkt in vergelijking met zijn buitenlandse evenknieën zeer zelfstandig te opereren. Zo zegt een kwart geen enkel advies te gebruiken en zuiver en alleen blind te varen op eigen oordeel. Op de vraag wie de belangrijkste adviseur is bij het nemen van beslissingen rond beleggingen, noemt slechts 24% dat dat een (bancair of onafhankelijk) financieel adviseur is, waarbij de bankadviseur slechts in 8% van de gevallen als belangrijkste adviespartner beschouwd wordt. Het cijfer van 24% steekt mager af tegen de 35% gemiddeld onder Europese beleggers.
Onafhankelijke financiële websites en media nemen een grote rol in het beslissingstraject van de Nederlandse belegger in, met respectievelijk 23% en 11% van de beleggers die deze categorieen als belangrijkste raadgevers beschouwt.
![]()

