De macro-economische cijfers geven goed aan waar de breuklijnen van de wereldeconomie lopen. De eerste breuklijn bevindt zich tussen de Amerikaanse en Europese economie. De tweede ligt in Europa.
De eerste breuklijn
Zo kwam er deze week uit Amerika positief economisch nieuws. In april steeg, mede onder invloed van tijdelijke belastingvoordelen, het aantal voorlopige verkopen van bestaande woningen met 6% ten opzichte van maart. Ook al is na beëindiging van het stimuleringsprogramma (per 30 april) enige terugval te verwachten, de combinatie van een aansterkend consumentenvertrouwen en aanhoudende werkgelegenheidsgroei maakt een verder herstel van de huizenmarkt waarschijnlijk. Dat de arbeidsmarkt steeds verder verbetert bleek deze week uit de door het Amerikaanse ministerie van Arbeid gerapporteerde werkgelegenheidsgroei van 41.000 banen in de private sector.
Ook al hadden beleggers vooraf op meer gerekend, het is niettemin de vijfde achtereenvolgende maand met werkgelegenheidsgroei. Heel anders is de economische situatie in Europa. Daar bleken de detailhandelsverkopen in april met 1,2% te zijn afgenomen; de scherpste daling in 18 maanden tijd. Ook de door de Europese Commissie gepubliceerde sentimentindicator ontwikkelde zich teleurstellend; een daling van 100,6 in april naar 98,4 in mei.
De tweede breuklijn
Nadere uitsplitsing van deze Europese cijfers legt de tweede breuklijn bloot; de tweedeling tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de eurozone zal voorlopig niet verdwijnen. De zuidelijke lidstaten zullen namelijk meer dan gemiddeld moeten bezuinigen.
Bovendien lijkt deze groep van landen, o.a. vanwege hun relatief kleine exportsector, minder van de zwakke euro te profiteren dan de meer noordelijk gelegen eurolanden. Deze breuklijnen zijn bepalend voor het lot van de EUR/USD wisselkoers. De zwakkere en meer heterogene economie van het eurogebied impliceert namelijk dat de ECB een minder krachtig monetair beleid zal (kunnen) voeren vergeleken met de Fed. Tegen deze achtergrond, en mede onder invloed van onrust over de Hongaarse overheidsfinanciën, daalde de EUR/USD deze week tot onder de 1,21; een 4-jaars dieptepunt. Er was namelijk sprake van een daling van desentimentindicator in Griekenland, Portugal en Spanje, terwijl de stemming in Duitsland en Nederland verbeterde. Ook bij de detailhandelsverkopen was dit onderscheid tussen ‘noord’ en ‘zuid’ zichtbaar; dalende verkopen in Spanje en stijgende verkopen in Duitsland.
Bron: ING Economisch Bureau
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
