Risico komt voor in vele gedaanten. Soms herken je het als een risico omdat je een speculatief product koopt maar soms herken je het helemaal niet als dusdanig. Want stel je hebt als belegger wat hoogtevrees na een jarenlange rally’s op de aandelenmarkten.
Wat doe je dan met je portefeuille als je even wat risico wil terugnemen? Inderdaad je gaat switchen van aandelen naar niet gecorreleerde assets en dus kijk je in de diversificatie naar een deeltje grondstoffen, vastgoed en bonds. Nu zullen in de huidige omgeving grondstoffen met een lage olieprijs en daarmee ook andere commodities op lage niveaus, en een gehypte huizenmarkt grondstoffen en vastgoed niet echt veel bijdragen aan de gemoedsrust.
De logische keuze die overblijft is dan het switchen naar obligatiebeleggingen (vast rentende waarde) en dan bij voorkeur obligaties in je eigen valuta en dan ook nog eens met een korte looptijd vanwege het lagere renterisico. Maar, helaas de tijden zijn veranderd. Zo zijn rentes op een groot deel van de yield curve negatief, zeker na kosten. Je loopt dus als Europese belegger al direct tegen historisch lage obligatierendementen aan. Maar lage rendementen gaan niet per definitie gepaard met lage risico’s.
Risico rendement gedachten
Het nu is zo dat als je via ETF’s, beleggingsfonds of een directe aankoop van obligaties (door zeer grotere beleggers) obligaties koopt je zeer lage rentes (lees negatieve rente) ontvangt. Bij de goedkoopste versie zijnde ETF’s, zie je deze situatie terug in de huidige extreem lage tot negatieve yield-to-maturity (YTM) die de meeste aanbieders in hun factsheets tonen. Daar gaan dan nog de kosten van de ETF van gemiddeld 0,2% vanaf.
De negatieve rentes beperken zich overigens niet tot de kwaliteit van Duitse of Nederlandse overheidsleningen. Het geldt ook voor de obligaties uit de landen in de periferie van Europa; zo moet je zelfs voor het aanhouden van obligaties van de Italiaanse overheid tot een looptijd van twee jaar geld toeleggen! Meer iets voor mensen met een rotsvast vertrouwen in de toekomst van de eurozone. Helaas zal een niet onmogelijk scenario als een Brexit dat plaatje al totaal op zijn kop zetten en hiernaast zijn er tal van andere bedreigingen te bedenken.
Obligaties kopen uit de sterke euro landen met langere looptijden dan? Om dicht bij huis te blijven, de rente op Nederlandse staatsobligaties brengt pas vanaf acht jaar looptijd een positieve yield in het spreekwoordelijke laatje. Vooruit, gezien de recent verlengde en vergrote opkoopprogramma’s van de ECB en de deflatoire druk in de wereldeconomie lijkt de kans klein dat kapitaalmarktrentes binnenkort sterk zullen oplopen.
Maar één ding is wel duidelijk, de ruimte voor verdere rentedalingen is veel kleiner dan die voor rentestijgingen. Bij obligaties met een korte looptijd is de impact van rentestijgingen op de koers klein maar is de yield negatief en bij een langere looptijd weegt het grotere risico op koersverlies onvoldoende op tegen de minimale positieve yield.
“Putting cents in front of a steamroller” lijkt daarmee een goede omschrijving voor het kopen van Europese staatsobligaties. Te meer daar veel van die obligaties een ongezond grote weging hebben naar landen als Frankrijk, Spanje en Italië. Meer iets voor de ECB of anders pensioenfondsen die gedwongen zijn hun verplichtingen af te dekken maar niet iets voor pure beleggers. Zijn er nog wel manieren om risico te beperken, en die na kosten nog iets opbrengen? Wellicht bedrijfsobligaties of Amerikaanse staatsobligaties met afdekking van het valutarisico?
Om te beginnen met bedrijfsobligaties, een tracker bestaande uit een mandje van Europese bedrijfsobligaties met een looptijd van gemiddeld drie jaar genereert momenteel na beheerkosten een schamele yield van slechts 0,40%. Niet iets om als belegger enthousiast van te worden. Een tracker van Amerikaanse staatsobligaties met afdekking van het valutarisico dan? Bij een gemiddelde looptijd van drie jaar gaat de totale yield op aan `het afdekken van het valutarisico en resteert na de beheerkosten een negatief rendement.
Er is nog een derde mogelijkheid en dat zijn overheidsobligaties van opkomende markten afgedekt naar Euro’s. Belangrijk daarbij is dat ze bijvoorbeeld zijn uitgegeven in Amerikaanse dollars of euro’s omdat je anders het risico’s loopt dat de lokale valuta devalueert. De doorlopende kosten van het afdekken van het dollarrisico naar de euro bedraagt momenteel circa 0,9%. Trackers met deze kenmerken zijn schaars en hebben ook hun haken en ogen naast.
Twee kandidaten
Als je kijkt naar liquiditeit en lengte van de track record blijven twee kandidaten over, te weten die van BlackRock (ishares met symbool EMBE) en Deutsche Bank (DXSU). Beide hebben een vrij lange duration van circa zeven jaar en daarmee hogere gevoeligheid voor rentestijgingen. Hier staat echter een hoge yield na beheerkosten tegenover. Voor EMBE bedraagt deze nu circa 4,1% en voor DXSU circa 3,6%, beide na de beheerkosten van de ETF. De DXSU belegt in minder landen dan de EMBE (15 i.p.v. 28) en deze afwijkende landenwegingen verklaart de lager yield.
Ieder jaar 4,0%-4,5% meer yield dan op Europese staatsobligaties met een vergelijkbare looptijd kan vooral voor beleggers met een langere horizon interessant zijn. En ja, er is in deze wereld geen free lunch en aan alles kleven risico’s. Maar het oppikken van euro’s voor een stoomwals in plaats van het neerleggen van centen en dubbeltjes is zeker het overwegen waard.
Conclusie: Je moet je als belegger afvragen of je wel veilig bent met geld in Franse, Spaanse, Italiaanse staatsleningen. Zeker als je geld toe moet geven vraag ik me af of je hier nu echt veilig zit. Om te betalen voor veiligheid in een deflatiescenario is een maar daar moet je zeker geen grote kredietrisico’s tegenover willen hebben. Lees dus goed de factsheets van de ETF’s en vermijd de ETF’s met een te grote weging in Zuid Europese landen. Uw risico rendement was het al niet waard.
De achterliggende analyses bij dit artikel zijn toegepast op het beheer van het For Tomorrow Continu Click Fonds.
