Voor het eerst in drie jaar verhoogde de Europese Centrale Bank de rente met 25 basispunten naar 1,25 procent. Voor de noordelijke landen van de eurozone kwam de renteverhoging als geroepen. Maar andere landen houden hun hart vast.
Analisten verwachten dat de inflatie in de eurozone mede onder invloed van stijgende voedsel- en energieprijzen dit jaar naar 3% kan stijgen. Een aantal marktpartijen acht het daarom waarschijnlijk dat de korte rente aan het eind van het jaar zal zijn verhoogd tot 2%. Voor de noordelijke landen van de eurozone kwam de renteverhoging als geroepen. Hoe anders is dat voor een aantal andere Europese landen.
Wat betreft de aanvraag van Portugal voor steun van het Europees noodfonds is de kogel (eindelijk) door de kerk. Griekenland had als paard van Troje wel een paar maanden een negatief effect op de aandelenindices, de waarde van de euro en de hoogte van de marktrente die andere landen moeten betalen. Toen na lang aandringen Ierland afgelopen december een beroep deed op het Europees noodfonds waren de financiële markten enkele weken onrustig.
Gek genoeg is sinds de aankondiging van Portugal om bij Europa aan te kloppen voor steun, de euro in waarde gestegen. Dit is te verklaren, omdat de situatie in Portugal was voorzien. Verdere renteverhogingen kunnen slecht uitpakken voor Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal. Landen waarin de publieke sector van oudsher vaak werkt met kortetermijnfinancieringen. Het heeft tevens een negatieve impact op landen met een hoge staatsschuld ten opzichte van het bbp, omdat dit deze landen dwingt meer rente af te lossen.
Spanje
De rente op Spaanse obligaties is gedaald richting 5%. Helaas is dat nog steeds niet ver verwijderd van de kritieke grens van 6%, die het land naar verwachting niet zou kunnen betalen. Spanje heeft de staatshuishouding wat weten op te schonen, maar gaat nog steeds gebukt onder een werkloosheid van ruim 20%.
De markten lijken ervan overtuigd te zijn dat Spanje geen beroep zal hoeven doen op het Europees noodfonds. Hiermee is het gevaar voor Spanje nog niet geweken, omdat een voortgaande reeks van renteverhogingen door de ECB invloed zal hebben op de Spaanse economie. Hierbij wordt vaak gedacht aan een oplopende rente op de Spaanse staatsschulden, maar een groter probleem schuilt in het feit dat meer dan 90% van de Spaanse hypotheken gedeeltelijk of volledig afhankelijk is van de kortlopende rente. Spaanse economen becijferden onlangs dat een rentestand van 1,75% zou betekenen dat de gemiddelde hypotheeklasten voor Spaanse huishoudens met 1.000 euro per jaar toenemen.
Grote verschillen
Trichet moest kiezen uit twee kwaden. De recente renteverhoging zou de tweedeling die is ontstaan sinds het uitbreken van de Europese staatschuldencrisis kunnen verbreden. Daarom kunnen banken nog steeds bijna ongelimiteerd lenen bij de ECB en houdt de centrale bank de mogelijkheid open om obligaties van probleemlanden op te kopen. De noordelijke landen zoals Duitsland, Nederland, Finland en Frankrijk lijken gebaat bij de ingezette rentepolitiek. Een hogere rente zal de genoemde landen niet in moeilijkheden brengen.
De verschillen verhouden zich niet louter in de rentepolitiek. Ook als we kijken naar industriële groeicijfers lijkt een tweedeling te ontstaan. Duitsland rapporteerde over februari een industriële groei van 1,6 procent. De ramingen voor de economische groei voor dit jaar zijn door de diverse instituten en Duitse regering eveneens opwaarts bijgesteld. Zo verwacht de Duitse regering nu dat de economie dit jaar met 2,5 procent zal groeien. Eerder ging men uit van een toename van 2,3 procent.
Dit bewijst des te meer dat de verschillen in Europa heel groot zijn en dat de nu ingezette tendens van renteverhogingen aan beide kanten van de medaille haar uitwerking zal hebben. De tijd zal leren wie er aan het langste eind trekt.
