Het alternatief voor beleggers die risico durven lopen is het zoeken naar aandelen met een hoog dividend. Het dividendrendement op aandelen in de eurozone ligt circa 73 basispunten boven het rendement op bedrijfsobligaties. Tenminste, als we de financiële waarden buiten beschouwing laten.
Logisch, zult u denken. Een obligatie heeft een veiliger karakter en dus moet de vergoeding per definitie lager zijn. Dat klopt helemaal. Toch komt een dergelijke situatie niet vaak voor, in 1999 voor het laatst. Zijn aandelen nu te goedkoop of zijn obligaties aan de dure kant? Dit vraagt de rationele belegger om herbezinning.
De vraag is of je met de huidige effectieve rendement wel in obligaties moet investeren. Bedrijfsobligaties hebben het in de afgelopen jaren goed gedaan. De yields op bestaande leningen zijn laag. Nieuwe emissies kunnen over het algemeen tegen een lager dan historisch gemiddelde op de markt worden gebracht. Dit vraagt zeker met de lage vergoeding op een deposito wel om een alternatief voor beleggers die jaarlijks inkomen willen genieten.
Het alternatief voor beleggers die risico durven lopen is toch het zoeken naar aandelen met een hoog dividend. Die zijn op basis van verschillende inzichten te selecteren. Relatief hoog dividend, een dividend met bepaalde zekerheid, groeidividend en terugkerend dividend. Bij de eerste krijg je het meeste op korte termijn, bij de laatste zit er in de loop der tijd meer in het vat en is er daarnaast ruimte voor groei van aandeelhouderswaarde. Een investering in hoogdividendaandelen is momenteel zeer aantrekkelijk. Toch heeft een investering in groeiaandelen mijn voorkeur.
Hoogdividendaandelen
Veel hoogdividendaandelen kenmerken zich door een bijna volledige uitkering van de winst. Neem de telecommunicatiebedrijven, elektriciteitsondernemingen en vastgoedbedrijven. Deze keren nagenoeg alle winst die ze maken uit aan de aandeelhouders. Dat houdt in dat er in deze gevallen geen of weinig ruimte is voor investeringen. Let er goed op dat de kans op een verlaging van dividend in de toekomst aanwezig is. KPN Telecom, France Telecom, E.On, Corio en Wereldhave zijn hoogdividendaandelen.
Zekerheid van dividend
De tweede categorie is ook een alternatief. Zoek bedrijven waarvan de zekerheid op het dividend groot is. U kunt denken aan Royal Dutch Shell, BP, Unilever, L’Oreal, Novartis en Vivendi. Gemene deler bij deze ondernemingen is dat het dividend bijna een zekerheid is. Deze bedrijven hebben in de loop van de geschiedenis aangetoond dat dividendbeleid een ‘heilig goed’ is.
Groeidividend
Toch is naar mijn idee juist de categorie groeidividend het meest interessant voor de langetermijnbelegger. Ondernemingen die in staat zijn om zinnig te investeren in groei van de onderneming zullen in betere economische tijden kunnen gaan profiteren van deze investeringen. Let daarbij op de payout ratio (het gedeelte van de winst dat wordt uitgekeerd in de vorm van dividend als deel van de totale winst). Een lage payout ratio houdt dus in dat per saldo meer ruimte overblijft voor investering in groei van de onderneming. Als de onderneming deze investering op termijn uitbetaald ziet in een hogere winst, dan groeit het dividend uiteindelijk mee. Dat betekent dat je als belegger op de korte termijn minder dividend ontvangt, maar dat de geduldige belegger deze keuze wel vertaald ziet in een hoger dividend en waarschijnlijk hogere koersen in de toekomst. Mijn stelling is dat dividendaandelen minder geschikt zijn voor de kortetermijnbelegger. Aandelen die hieraan voldoen zijn Akzo Nobel, Delta Lloyd, DSM, Rio Tinto, Dassault Systems, Tullow Oil en het Australische mijnbedrijf Grange Resources.
Terug van weggeweest
Tot slot is er ook een nieuwe categorie. De bedrijven die hun dividend in de afgelopen jaren hebben verlaagd of in zijn geheel opgeschort, maar die nu weer hebben aangegeven dat dividend hoog op de agenda staat. Ik noem in deze categorie Aegon, ING, K+S, Royal Bank of Scotland en UBS.
Door: Peter Cordes, Bustelberg effectenkantoor
