Obligatiebelegger kan borst natmaken

Column | Nog geen reacties

De gewone obligatiebelegger kan zijn borst nog verder natmaken. Na de bankencrisis is de Europese schuldencrisis debet aan ongewone koersbewegingen van veel obligaties. Wat niet veel mensen willen zien is dat de grootste vijand van de obligatiebelegger nog moet komen. Het dreigende inflatiespook zal de komende jaren naar verwachting de rente op gaan drijven.

Die inflatie ontstaat door de stijgende hoeveelheid geld dat in omloop is en de duurder wordende grondstoffen. Het einde van de dertigjarige ‘bullmarkt’ voor obligaties is in zicht. Na jaren van goedkoper wordend geld zal de toenemende wereldconsumptie bijdragen aan een structurele en brede prijsstijging. Het leven wordt duurder en de grote beleidsmakers in deze wereld willen dat koste wat het kost voorkomen. In de opkomende markten leidt prijsstijging tot gevaren van oververhitting en onrust onder de bevolking. Dit is onwenselijk. In de westerse wereld lijkt een economische impuls alleen nog maar gevoed te kunnen worden door een bereidwillige consument. Ook daar lijken prijsstijgingen de economische groeivooruitzichten te temperen. 

Prestatie bepaalt inrichting

De belegger in obligaties gaat ervan uit dat het veilige karakter van beleggen in schuld een jaarlijkse kasstroom oplevert. Dit klopt. Uw beleggingsadviseur, de fondsmanager en uw pensioenbelegger kunnen de portefeuille met recht samenstellen op basis van de prestaties uit het verleden. De dertig jaar durende bullmarkt voor obligaties leidt bij een wenselijke veiligheid en of noodzakelijk inkomen dus naar een belegging in voornamelijk obligaties. De data uit het verleden herbergen ook de bankencrisis en de recente bewegingen van de Europese schuldencrisis in zich. U weet dat de bankencrisis veel bankobligaties naar lage koersniveaus heeft gezet en dat de Europese schuldencrisis staatsobligaties van Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië zijn afgewaardeerd. Het effect ervan weegt nog niet echt door in de berekening. Het zijn immers uitzonderlijke uitslagen op jaarbasis en dus niet echt zichtbaar op de grote hoop van data. Mijn motto is dan ook om de cijfers mee te nemen, maar zeker ook vooruit te kijken.

En dat biedt uitdagingen. Het zal een kwestie worden van berg-op-beleggen. Professionele fondsbeleggers staan met de rug tegen de muur. Hun eis veilig te beleggen brengt ze naar de marktplaats van Duits en Nederlands staatspapier met een lange looptijd. Op dit moment kan dit papier wel veilig, maar ook nauwelijks renderend of zeer duur worden genoemd. Toch zal hij hierin moeten beleggen. De koers van deze obligaties kan met een beetje boerenverstand dus eigenlijk maar één kant op. En dat ligt in de lijn der verwachting als we uitgaan van een stijging van de rente.

Andere alternatieven?

Maar wat kun je doen om een deel van de problemen te voorkomen? Niet beleggen in obligaties is niet voor iedereen een optie. Het obligatiebelang verminderen kan wel. De belegger gaat dan onderwegen om te speculeren op een underperformance. Het is daarbij wel prettig om alternatieven te hebben. Een deposito levert immers ook nog niet veel op.

Een alternatief is beleggen in vastgoedaandelen. Deze genereren een relatief hoog dividend dat tot op zekere hoogte ook meebeweegt met inflatie. Een tweede alternatief zijn de zogeheten hoog dividendaandelen. Kies wel sterke marktpartijen en let op de pay out ratio. Ten derde is een belegging in grondstoffen ook een alternatief voor de belegger die meegaat in  de inflatieverwachtingen voor de komende decennia. De onbalans tussen vraag en aanbod biedt kansen.

Looptijd verkorten

Binnen de obligatieportefeuille kan de belegger ook maatregelen treffen om zich te beschermen tegen inflatie en rentestijging. Zo zijn er met wat zoekwerk nog interessante bedrijfsobligaties met een relatief korte looptijd te vinden. De korte looptijd maakt minder rentegevoelig en biedt flexibiliteit.

Sommige Inflation linked bonds geven een bescherming tegen inflatie. Het is wel belangrijk de juiste te selecteren. Het aanbod is zeer groot maar ook divers.

Supranationals een alternatief?

Tot slot kan het voor sommige beleggers interessant zijn om te beleggen in eurobonds van supranationals. Obligaties uitgegeven door de Rabobank, de Europese investeringsbank en de  Internationale bank voor wederopbouw en ontwikkeling (IBDR) geven, onder de hoede van een triple A-status obligaties uit van landen als Brazilië, Polen, Mexico, Australië, Canada, Rusland, India, Indonesië en Zuid-Afrika. Dit zijn obligaties met een looptijd van 1,5 tot 4 jaar die met vereiste spreiding een gemiddeld effectief rendement van 6% – 8% op kunnen leveren. Wel noteren deze obligaties in buitenlandse valuta. Dat geeft een ander risico. Maar wie gelooft in een sterke munt als gevolg van een sterke economie, kan daar een keuze op baseren. Als voorbeeld noemen we Indonesië dat ervoor kiest om niet haar beleidsrente, maar haar munt te laten appreciëren om inflatie te temperen. Beter kun je het niet treffen als obligatiebelegger.

Door: Peter Cordes, Bustelberg effectenkantoor


Deel dit artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar het columns overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten