Shell maakte vorige week bekend voor 12,6 miljard dollar bekend het Canadese energiebedrijf ARC Resources over te nemen. Het is de grootste overname sinds Shell in 2016 BG Group inlijfde voor 47 miljard pond. Het bod ligt ongeveer 20 procent boven dan de gewogen gemiddelde koers van ARC Resources over de afgelopen 30 dagen en wordt voor ongeveer 75 procent voldaan in aandelen Shell.
Met deze overname, die naar verwachting in de tweede helft van 2026 wordt afgerond, breidt Shell de olie- en gasreserves aanzienlijk uit – en dat is hard nodig. Die staan op het laagste niveau sinds 2013 en oudere velden dreigen de productiedoelstellingen over 8 jaar niet meer te kunnen halen. Een overname was dan ook noodzakelijk om het verwachte productietekort van 350.000-800.000 vaten olie-equivalent per dag in 2035 op te vangen. De overname van ARC lijkt een goede strategische match, al zou de omvang nog niet voldoende zijn om het volledige tekort op te vangen.
Met ARC Resources, dat te bekend staat als een hoogwaardige, kostenefficiënte producent met een lage CO2-uitstoot, voegt Shell ongeveer 370.000 vaten olie-equivalent per dag toe aan de productie, waarvan 59 procent aardgas. Dat is een toename van 13,3 procent ten opzichte van Shells eigen productie van zo’n 2,8 miljoen vaten olie-equivalent eind 2025. Daarnaast groeien Shells bewezen reserves met ongeveer 2 miljard vaten olie equivalent. De activiteiten van ARC sluiten goed aan bij de bestaande aanwezigheid van Shell in Canada, waaronder een grote LNG fabriek aan de westkust. Volgens Shell levert de overname naar verwachting een rendement van meer dan 10 procent op, versterkt zij de kasstromen op lange termijn en draagt zij vanaf 2027 positief bij aan de vrije kasstroom per aandeel.
Vooruitlopend op de definitieve cijfers over het eerste kwartaal, die komende week worden gepubliceerd, kwam Shell met een voorlopige update over het eerste kwartaal. Het tegenwoordig Britse concern verwacht dat er in de eerste drie maanden minder is geproduceerd dan in het laatste kwartaal van 2025. De oorzaak hiervan is de oorlog in het Midden-Oosten. Bij de divisie Upstream schat Shell 1,76-1,86 miljoen vaten per dag te hebben geproduceerd. Dit waren er in het kwartaal daarvoor nog 1,89 miljoen vaten per dag. Het vloeibaar gemaakte volume LNG bij de gasdivisie (Integrated Gas) zal, ondanks slecht weer in Australië en een kapotgebombardeerde LNG-installatie in Qatar, waarschijnlijk ongeveer gelijk zijn aan dat van het vierde kwartaal. De productie van LNG in Canada werd opgevoerd om de mindere productie in Australië en Qatar op te vangen. Shell schrijft niet veel meer verdiend te hebben aan de hogere LNG-prijzen met hun handel in het gas in de afgelopen drie maanden. Dit heeft te maken met het feit dat LNG-leveringscontracten vaak worden gesloten voor een langere termijn en de prijzen dus achterlopen op het actuele verloop van de spotprijzen.
De aangepaste winst bij de divisie Marketing (de benzinestations) zal over het eerste kwartaal naar verwachting ‘significant’ (Schaal van Mock: 12-20 procent) hoger uitkomen dan in het eerste kwartaal van 2025. De verkochte volumes in het eerste kwartaal waren wel lager dan in het laatste kwartaal van vorig jaar. De chemische divisie (Chemicals and Products) meldt over het eerste kwartaal hogere raffinagemarges en een hogere bezettingsgraad dan in het vorige kwartaal. Ook bij deze divisie zijn significant hogere prijzen betaald. De zogeheten ‘raffinagemarge per vat’ lag afgelopen kwartaal op 17 dollar. In het kwartaal daarvoor was dit nog 14 dollar. Daarmee is de marge per vat dus ruim 20 procent gestegen. Shell verwacht dat de hogere prijzen de lagere volumes kunnen compenseren. Opmerkelijk is dat de duurzame activiteiten (Renewables and Energy Solutions) van Shell, die langzaam maar zeker worden afgebouwd, afgelopen kwartaal een gemiddeld vier keer hogere aangepaste winst opleverden dan in het kwartaal daarvoor.
Shell ziet kansen in Venezuela. De grootste gashandelaar ter wereld ziet mogelijkheden voor gasprojecten voor de kust daar. Het concern voert vergevorderde gesprekken met de Venezolaanse interim-regering om vier grote gebieden in de buurt van Trinidad en Tobago te ontwikkelen. Deze gebieden liggen in twee van de grootste offshore aardgasvelden van het land. Shell probeert al jaren voortgang te boeken met het Dragon-gasveld ter grootte van 4,2 biljoen kubieke voet in Venezolaanse wateren. Tegen het einde van dit jaar zal waarschijnlijk een definitieve investeringsbeslissing over dit project worden genomen. Met de huidige gesprekken met de interim-regering wil Shell naburige gebieden opnemen in het project. Daarmee mikt het concern op toegang tot de drie velden die, samen met Dragon, deel uitmaken van het 12 biljoen kubieke voet grote Mariscal Sucre-project voor de oostkust van Venezuela.
De ontwikkeling van nieuwe gasvelden buiten de Perzische Golf komt op een goed moment omdat de kans groot is dat er de komende tijd geen of minder gas uit Qatar komt. Het in de wateren van Venezuela gewonnen gas zal in Trinidad en Tobago worden verwerkt tot vloeibaar aardgas. Het kan een grote impuls geven aan het 30 jaar oude Atlantic LNG-project, de grootste LNG-faciliteit van Latijns-Amerika. Het project heeft tot op heden door onvoldoende gasaanvoer de geïnstalleerde capaciteit niet kunnen bereiken. Shell heeft het grootste belang in het Atlantic LNG-project in Trinidad en Tobago en werkt er samen met BP en het nationale gasbedrijf van Trinidad en Tobago. Dat Shell serieus is met de plannen in Venezuela werd bevestigd door Shell-topman Wael Sawan op de CERAWeek-conferentie in Houston. ‘Waar we op dit moment naar kijken, is waar we waarde kunnen toevoegen aan Venezuela’, zei Sawan. ‘In eerste instantie zou ik zeggen dat het meer gericht is op gas, en in het bijzonder gas dat kan worden te gelde gemaakt via LNG’. Ook ziet Shell ‘onshore’-mogelijkheden met olie. Shell heeft daarvoor eerder overeenkomsten getekend met het Venezolaanse ingenieursbedrijf VEPICA.
Auteur heeft privé geen positie, cliënten van Fintessa hebben het aandeel Shell in portefeuille.
