De vraag is niet of Scheringa zelf de doodskist voor DSB heeft getimmerd. De vraag is niet of De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en de overheid voldoende toezicht hebben gehouden. De vraag is niet of het de grootbanken en verzekeringsmaatschappijen goed uitkomt dat DSB niet meer bestaat.
De constatering is dat het wantrouwen groeit. Mensen, beleggers, investeerders zullen voor zekerheid blijven kiezen. Het geld zal niet direct verdwijnen in een oude sok onder het matras. Het zal op spaarrekeningen worden gestald. Aandelen blijven absoluut aantrekkelijk voor de lange termijn, alleen zal menigeen minder met risico’s willen omgaan.
De vraag is daarom dan ook wanneer het vertrouwen zal herstellen, wanneer de consumenten weer geld gaan uitgeven, wanneer ze het weer aandurven om te investeren in aandelen, vastgoed of commodities. De signalen zijn tegenstrijdig. De olieprijs kan omhoog, maar de prijs van goud en zilver staan volgens sommige analisten onder druk, en dat bij een gevaarlijke daling van de dollar.
De vraag is niet of er geen hoop is, die is er voldoende getuige de sterke stijging dit jaar van de aandelenkoersen. Het antwoord is, helaas, dat de fundamentals nog verre van gezond zijn. Menigeen reageert euforisch op de soms meevallende bedrijfsresultaten, maar de effecten van de stimulerende maatregelen zijn begin volgend jaar al uitgewerkt. Alle financiële markten staan dan voor een grote vuurdoop. De vraag is of de economie dan voldoende power heeft om zonder stimulerende maatregelen op eigen kracht te herstellen, en of zonder al te grote problemen ingewikkelde Amerikaanse hypotheekconstructies kunnen worden verlengd. Het antwoord daarop is, dat dit alleen mogelijk is als de kredietverlening weer goed op gang is gekomen. Zo niet, dan neemt de kans op deflatie alleen maar toe.
