Enerzijds wordt het schoorvoetend ingezette economisch herstel en de onwaarschijnlijke hoeveelheid liquiditeiten op spaarrekeningen aangevoerd als argument dat de beurs na deze adempauze zijn stijging weer zal gaan voortzetten. Anderzijds wordt gewezen op de forse correctie op de beurs van Shanghai – de afgelopen jaren gaf deze beurs zowel omhoog als omlaag vaak de richting aan – en op het feit dat aandelen na deze explosieve stijging bepaald niet meer goedkoop te noemen zijn.
Tegen dit laatste argument valt wel het een en ander in te brengen. Het is inderdaad waar dat deze rally de koersen van aandelen naar een bovengemiddeld niveau heeft opgejaagd. Beleggers die nu aandelen kopen doen dat dus niet langer tegen afbraakprijzen. Beleggers die nu weer een daling verwachten omdat aandelen te duur zijn geworden lijken dus een punt te hebben en zouden kunnen scoren. Om dat echter goed te kunnen beoordelen is het raadzaam het een en ander in een breder perspectief te plaatsen.
Keerpunt
Wanneer we de vorige bullmarket beschouwen – die van 2002 tot 2007 – constateren we dat de koers-winstverhoudingen aan het einde van deze bullmarket lager waren dan aan het begin. De koersen waren weliswaar sterk opgelopen, maar de winsten nog meer. De aandelen waren gedurende deze bullmarket feitelijk goedkoper geworden! De uitbraak van de kredietcrisis was in ieder niet het gevolg van het feit dat de aandelen te duur waren geworden. Dan had deze al veel eerder uitgebroken moeten zijn. Maar we stuiten hier op een fenomeen dat zich rond de bodems na een zware koersval op de beurzen steeds weer herhaalt. Wanneer koersen enorm zijn gedaald zijn de prijzen van aandelen weliswaar laag maar in verhouding tot de winstgevendheid juist erg hoog.
Zo was de koers-winstverhouding van de Dow Jones-index in 1934 maar liefst 25. De Dow Jones was na een bodem van 41 punten weer opgeklommen naar een nieuwe top van 108. Maar was deze naar verhouding hoge koers-winstverhouding een reden voor de beurs om niet verder te stijgen? Niet in het minst. In 1937 bereikte de Dow Jones na een rally van 3 jaar een nieuwe piek van 194 punten. Bijna twee keer zo hoog. De beurs was in waarde verdubbeld, maar de winst per aandeel was in dezelfde periode verdrievoudigd! In 1937 bedroeg de koers-winstverhouding nog maar 14.