De afnemende angst voor het uiteenvallen van de euro en de verbetering van de Europese macrocijfers hebben een belangrijke keerzijde: de waardestijging van de munt zelf. Sinds eind juli is de euro in handelsgewogen termen met ruim 8% gestegen. Vormt de opmars van de euro een bedreiging voor het herstel?
Aan de opmars van de euro lijkt maar geen einde te komen. Tegenover de dollar bereikte de euro eerder deze week het hoogste niveau sinds november 2011 (van meer dan 1,36). De verdere stijging van de EUR/USD werd ons inziens vooral gedreven door twee factoren: het macronieuws en de verwachtingen omtrent het monetaire beleid. Terwijl sommige macrocijfers uit de VS tegenvielen – met de banengroei zit het wel snor, maar de economie bleek, weliswaar deels vanwege tijdelijke factoren, onverwachts te zijn gekrompen in het vierde kwartaal – bewogen de meeste Europese macrocijfers juist de goede kant op. Het Duitse ondernemersvertrouwen nam fors toe in januari, de inkoopmanagersindex voor de industrie in de eurozone bereikte het hoogste niveau in 11 maanden, en de economische vertrouwensindex voor de regio steeg ook meer dan verwacht. Dit alles voedt de hoop dat de eurozone – onder leiding van Duitsland – de recessie later dit jaar achter zich zal laten.
Hierdoor groeit ook de verwachting dat de ECB de rente waarschijnlijk niet verder zal verlagen. Sterker nog: er gaan inmiddels voorzichtig geluiden op dat de ECB de rente wel eens eerder zou kunnen verhogen dan menigeen denkt. De tweejaarsrente (een graadmeter voor marktverwachtingen over het toekomstige rentebeleid) is op het hoogste niveau beland sinds juli. Wat hierbij overigens ook meespeelt is dat Europese banken een deel van de driejaarsleningen die de ECB vorig jaar verstrekte hebben terugbetaald, waardoor het overschot aan liquiditeiten op de geldmarkt is afgenomen en de geldmarktrente iets is gestegen. Zo ligt de 3-maandseuriborrente inmiddels weer iets boven de 0,2%. In de VS daarentegen wordt er vanuit gegaan dat het nog wel eens heel lang kan duren voordat de Federal Reserve begint met het normaliseren van het ruime monetaire beleid. Deze week herhaalde de Fed net zolang door te zullen gaan met het opkopen van obligaties totdat de vooruitzichten voor de arbeidsmarkt “significant” zijn verbeterd; ondanks de banengroei blijft de werkloosheid nog steeds erg hoog).
Sinds ECB-president Mario Draghi eind juli beloofde er alles aan te zullen doen om de euro te redden is de euro in handelsgewogen termen (dat wil zeggen, ten opzichte van een mandje van andere valuta) met ruim 8% gestegen. Volgens de macromodellen van de ECB kost een (blijvende) appreciatie van 5% na één jaar al gauw 0,4 tot zelfs 0,9 procentpunt economische groei. Het zou ons niet verbazen als Mario Draghi op de persconferentie van komende donderdag z’n roze bril thuis laat en mogelijk z’n zorgen uit over de scherp gestegen euro. Want Draghi weet als geen ander dat er als er iets is dat Zuid-Europese economieën op dit moment niet kunnen gebruiken het wel een sterke euro is, die het herstel van de concurrentiekracht ongedaan maakt.
Commentaar: De oplopende euro is absoluut een gevaar voor de Europese economie, maar een lagere euro is op dit moment absoluut onwenselijk. Europa moet worden hergefinancierd en dat kan niet op eigen kracht, daarvoor zijn onvoldoende middelen. Landen met enorme overschotten, dus de opkomende landen die circa 70% van de valutareserves bezitten, moet het aantrekkelijk worden gemaakt om Europese obligaties te kopen. Bij een lage rente, veelal lager dan in die landen, is potentiële valutawinst de enige lokeend die er is. Dus eerst een hogere, zo niet veel hogere euro; pas daarna is de fysieke economie aan de beurt om te worden gestimuleerd met een lagere euro. Lees meer hierover in de komende editie van CASHcow Magazine.
![]()

