De financiële sector zit in een identiteitscrisis. Nadat honderden miljarden zijn opgebrand, vraagt men zich af: Wat nu?’ Het antwoord is simpel: back to basics, zoals Joshua McCallum, Senior Fixed Income Economist UBS Global Asset Management, het terecht zegt. Het zijn echter slechts mooie woorden.
De drang naar groei is zo groot dat de financiële sector dezelfde fout zal blijven maken en daarbij gevoed wordt door de centrale banken; zonder zich ervan bewust te zijn dat de huidige crisis juist is veroorzaakt door die honger naar groei die als een lintworm het systeem opvreet en uitmergelt. Ook de asset managers die zijn verenigd in het elitaire belangengroep de Club van 300 krabben zich achter hun oren. “Er is een groot gat tussen wat klanten nodig hebben en willen, en wat veel asset managers op dit moment kunnen of willen aanbieden.” Op één punt hebben ze gelijk: de asset manager moet zichzelf opnieuw uitvinden. Ze zeggen dus: we leveren onvoldoende toegevoegde waarde, maar we vragen wel geld voor de diensten die we niet kunnen of niet goed kunnen leveren.
Ik denk dan bij mezelf: zo los je de crisis niet op, zo blijft alles bij het oude en zo blijft het systeem – dat zo nodig moet veranderen – wat het was: een inkomstenbron voor in grijze pakken geüniformeerde heren. Ze zullen terug naar de basis moeten. Het gaat maar om één ding: waarde zoeken en rendement behalen. Snoei het kwaad weg. Wat te denken van een fondsmanager die een benchmark volgt, zichzelf heeft opgelegd om slechts een handjevol cash te hebben, en een hogere beheervergoeding opeist dan een vermogensbeheerder. Die manager is per definitie risicomijdend bezig, al dan niet met aandelen, en de beheerder weet er mee om te gaan. Als je dat klanten probeert duidelijk te maken, heb je snel last van een identiteitscrisis.
Door: Eddy Schekman, geschreven voor The Asset
![]()

