De Amerikaanse politiek gaat zich eindelijk inzetten om de economie een impuls te geven. President Obama wil 447 miljard dollar in de economie pompen en de Amerikaanse minister van Financiën, Timothy Geithner, pleit voor een mondiale aanpak om de wereldeconomie aan te jagen.
Het is van het grootste belang, ook voor de herverkiesbaarheid van Obama, dat de banenmarkt uit het slop wordt getrokken; niet onlogisch met een werkloosheid van 9,1%. De consumptie moet in de VS omhoog, waarbij fiscale maatregelen voor een zetje moeten zorgen. Volgens de geruchten gaat Obama de 447 miljard in belangrijke mate investeren in infrastructuur. Alleen zal dat niet veel effect hebben. Alleen als het compleet nieuwe werken zijn, kan het een positief effect op de groei hebben van rond de 1%. Althans dat leert de ervaring in opkomende landen. De kans is echter groot dat het geld wordt gebruikt voor reparatiewerkzaamheden en dan draait het vliegwiel slecht één rondje.
Geithner wil de economie mondiaal aanpakken, wat een goede gedachte is en aansluit bij opmerkingen van andere gezaghebbende personen en instanties. In alle gevallen is de hoop gevestigd op China. Daar moeten de consumptieve bestedingen omhoog, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De rijke Chinezen hebben wat ze willen en de minder bedeelden hebben te maken met oplopende prijzen; de inflatie was de afgelopen maand 6,2% en de prijs van varkensvlees – een belangrijke indicator voor de Chinese inflatie – zal de rest van het jaar oplopen.
Daar komt nog eens bij dat de Chinese consument niet te vergelijken is met de westerse. De Chinees gebruikt de opbrengst van zijn geld om te consumeren, omdat hij zijn basiskapitaal wil behouden: er is geen sociaal vangnet, terwijl in het Westen op toekomstig inkomen vooruit wordt gelopen.
Alleen in China een vorm van sociaal stelsel komt, zoals in India is gebeurd, zal de consument bereid zijn om wat meer te consumeren. Maar als ze meer gaan uitgeven is dat geen garantie dat de export naar China toeneemt. Het beleid is sterk gericht op het behoud van de binnenlandse markt, wat – en dat is bijzonder bedreigend – in de komende jaren zou kunnen leiden tot protectionisme.
Hoe weinig zinvol een en ander ook is, het is altijd beter dan nietsdoen en dromerig wachten op de intrede van de volgende fase van de recessie. Hoe diep die ook is, daarna zal het historisch gezien vrijwel zeker weer beter gaan.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
