De mogelijkheid van een verdere escalatie van het conflict in Oost-Oekraïne wordt door de meeste beleggers gezien als een moeilijk te calculeren staartrisico. Dat wil zeggen een gebeurtenis met een kleine kans maar wel één met zeer ernstige gevolgen mocht deze onverhoopt optreden. Beleggers houden zich liever bezig met ontwikkelingen die ze (denken te) kennen en passen binnen het “normale” financieel-economische kader. Tegen een achtergrond van over het algemeen gunstige bedrijfscijfers lieten de deze week gepubliceerde macro-economische cijfers een gemengd, maar overall niet ongunstig, beeld zien.
In de VS werd er over het eerste kwartaal van dit jaar weliswaar een teleurstellende groei van 0,1% gerapporteerd maar deze kon grotendeels aan het strenge winterweer worden toegeschreven. Het magere groeicijfer zegt dan ook weinig over de onderliggende kracht van de Amerikaanse economie. De over april gemeten stemming onder Amerikaanse inkoopmanagers geeft een beter beeld. De vertrouwensindex steeg van 53,7 in maart naar 54,9, hetgeen wijst op een economische groei van circa 3%. De Amerikaanse centrale bank zag deze week dan ook geen aanleiding om af te wijken van het ingezette pad van geleidelijke afbouw van het opkoopprogramma van obligaties (?tapering’). Tijdens de rentevergadering van het FOMC werd deze week namelijk besloten dat er wederom voor een bedrag van $ 10 miljard minder aan obligaties zal worden opgekocht. Dit lijkt een juiste beslissing want de vandaag gepubliceerde cijfers over de arbeidsmarkt lieten zien dat er in april – buiten de agrarische sector – 288 duizend banen zijn bijgekomen; dit was meer dan alom werd verwacht. De werkloosheid daalde van 6,7% in maart tot 6,3% in april. In een eerste reactie op dit cijfer steeg de Amerikaanse dollar t.o.v. de euro tot 1,382 van 1,386 voor publicatie.
In het eurogebied ging de meeste aandacht uit naar de publicatie van het inflatiecijfer over de maand april. De inflatie bleek ten opzichte van maart met 0,2%-punt te zijn gestegen tot 0,7%. Deze stijging is iets minder dan door de meeste analisten van te voren werd verwacht maar niettemin voldoende om de ECB volgende week te kunnen laten besluiten om het monetaire beleid voorlopig niet te veranderen. Voor een eventuele verdere versoepeling van het monetaire beleid lijkt een hernieuwde vertraging van de groei of een forse appreciatie van de euro nodig en hiervan lijkt vooralsnog geen sprake. Niettemin blijft de groei van de kredietverlening in de eurozone teleurstellend waardoor het de vraag blijft of er wel sprake is van een duurzaam economisch herstel. Deze week door de ECB gepubliceerde cijfers lieten zien dat in maart de kredietverlening door banken 2% lager was dan een jaar eerder. Lichtpuntje is dat de laatste Bank Lending Survey van de ECB erop wijst dat de kredietverlening de komende maanden zal aantrekken.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!

