De olieprijzen zijn maandag licht lager gesloten en bewogen rond de niveaus van vóór het conflict met Iran. De daling volgde nadat Saoedi-Arabië zijn officiële verkoopprijzen fors verlaagde, OPEC+ instemde met een verdere productieverhoging vanaf augustus en de export via de Straat van Hormuz verder aantrok.
Een vat West Texas Intermediate voor levering in augustus daalde 0,2 procent tot 68,55 dollar. Brent-olie voor augustus werd eveneens 0,2 procent goedkoper, op 71,99 dollar.
Saoedi-Arabië stelde de officiële verkoopprijs voor zijn belangrijkste oliesoort Arab Light, voor levering aan Azië in augustus, vast op 1,50 dollar per vat onder het gemiddelde van Oman en Dubai. Dat is de grootste maandelijkse prijsverlaging sinds Reuters de gegevens in 2003 begon bij te houden.
Aan de aanbodkant kwamen OPEC en bondgenoten, waaronder Rusland, zondag overeen de productiedoelstellingen vanaf augustus met nog eens 188.000 vaten per dag te verhogen, bovenop soortgelijke stappen voor juni en juli. Die verhogingen bleven echter grotendeels op papier door het Iran-conflict, dat de Straat van Hormuz afsloot voor tankerverkeer van producenten als Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak. De Verenigde Arabische Emiraten voerden hun productie juist wel op, tot bijna recordhoogte van ruim 3,8 miljoen vaten per dag, nadat het land uit OPEC was gestapt om aan de productiebeperkingen te ontsnappen.
Beleggers volgden de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Iran over de scheepvaart door de zeestraat nauwlettend. Hoewel het verkeer weer op gang is gekomen, liggen de verzekeringspremies nog ruim boven het niveau van voor de oorlog, aldus Mark Malek van Siebert Financial. “Zolang al deze kwesties niet zijn opgelost, kan er wat mij betreft nog geen groen licht worden gegeven”, stelde hij.
Volgens Neil Crosby van Sparta Commodities lijkt de oliemarkt het dieptepunt te hebben bereikt, nu vastgelopen tankers de zeestraat hebben verlaten en de Amerikaanse export hoog ligt.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!