BNP Paribas: Aandelen uit de opkomende landen hebben hun verliezen van februari en maart grotendeels goedgemaakt, maar kregen het moeilijker om hun vorige hoogterecord te doorbreken. Marktspelers wachten nu wellicht de volgende kwartaalresultaten af.
Uit de notulen van de vergadering van het monetaire beleidscomité in maart bleek dat de Amerikaanse Federale Reserve haar standpunt wat verstrakt. Aandelen hielden zich moeite overeind door speculatie dat de Amerikaanse centrale bank mogelijk dit jaar nog een cyclus van renteverhogingen zal inzetten. Vooralsnog blijft het monetaire beleid en de liquiditeit uit het QE2-programma van de Federal Reserve naar onze mening positief voor aandelen
Wij hebben een overwogen positie in aandelen. De economische cyclus kan op de korte termijn licht negatief zijn omdat de VS door een tijdelijke dip gaat, maar op de langere termijn zijn de vooruitzichten volgens ons gunstig. Positief zijn naar onze mening het toenemende aantal fusies en overnames, het monetaire beleid, de liquiditeit en de naar boven bijgestelde winstverwachtingen van analisten. Wij verwachten niet dat de onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten op de beurzen zal blijven drukken, al kan dit wel de olie- en goudprijs omhoog duwen. De verloren Libische olieproductie is door andere landen opgevangen, maar hierdoor is het capaciteitsoverschot verlaagd, vooral in Saoedi-Arabië.
Aandelen uit de opkomende landen doen het de laatste tijd beter dan die van de ontwikkelde markten en maken nu een inhaalbeweging na hun underperformance sinds eind vorig jaar. Ze stegen naar hoogterecords sinds de recessie naarmate de risico’s verbonden met de onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten leken af te nemen. Wij denken dat aandelen uit de opkomende landen het goed zullen blijven doen. Ze kunnen een impuls krijgen van een sterke wereldwijde groei en de waarderingen lijken ons nog altijd aantrekkelijk. Wij zien de stijgende trend in deze markten als een pluspunt omdat het vers kapitaal kan aantrekken. De inflatietrends verbeterden en de centrale banken tonen zich doorgaans bereid om indien nodig maatregelen te treffen.
De inkoopmanagersindices van de opkomende landen wezen op voortgezette groei. In China en Rusland steeg de inkoopmanagersindex van de verwerkende industrie en in India stabiliseerde deze graadmeter op een hoog niveau. In Brazilië versnelde de groei van de industriële productie. De officiële inkoopmanagersindex van de Chinese dienstensector maakte een sprong. Dergelijke wijzigingen zijn normaal in deze tijd van het jaar omdat de cijfers niet worden gecorrigeerd voor het seizoenseffect en dus niet vertekend zijn door het Chinese Nieuwjaar. Het huidige niveau is hoger dan het gemiddelde voor deze index sinds zijn introductie in 2007.
De opkomende markten blijven het pad van monetaire verstrakking bewandelen. China en Korea verhoogden hun rente en de centrale bank van Maleisië bleef op renteverhogingen zinspelen. In China werd de rente tot 6,31% verhoogd en de inflatie hield er stand op 4,9%. In de BRIC-landen slaagden alleen Brazilië en China erin om een positieve reële rente te creëren. Banco do Brasil zal haar rente wellicht nog in de eerste jaarhelft licht verhogen, maar de cyclus van renteverhogingen ligt nu toch grotendeels achter ons. Wij verwachten dat de Russische centrale bank haar beleidsrente geleidelijk zal optrekken naarmate de economie van de hogere olieprijzen profiteert.
Recente cijfers uit de VS wijzen op een groeivertraging, mogelijk tussen 1,5 en 2% (kwartaal op kwartaal geannualiseerd) in het eerste kwartaal na 3,1% in het laatste kwartaal van 2010. Volgens ons zal dit echter van tijdelijke aard zijn. De ISM-indices van de verwerkende en niet-verwerkende industrie wijzen nog altijd op een veerkrachtige activiteit en het herstel van de arbeidsmarkt tekent zich duidelijker af. In het eerste kwartaal bereikte de banengroei in de privésector zijn hoogste niveau sinds het eerste kwartaal van 2006. Het werkloosheidscijfer daalde voor de vierde maand op rij. Het gaat dus de goede kant op en peilingen bij werkgevers geven aan dat die trend wellicht zal doorzetten.
In de eurozone is de kloof tussen de kernlanden en de perifere landen nog verbreed. De index van het economische sentiment steeg in Frankrijk, Nederland en België, maar kelderde in Portugal en Spanje. Ook in de huizenmarkt zijn er uitgesproken verschillen. De markten van Ierland, Griekenland en Spanje zijn het zwakst. Globaal genomen hebben zwakkere landen meer hypotheekleningen met variabele rente, wat betekent dat elke renteverhoging door de ECB direct voelbaar zal zijn. In Duitsland zijn de huizenprijzen nagenoeg gelijk gebleven sinds 1997! Op basis daarvan verwacht het Duitse Ifo-instituut nog meer ruimte voor herstel, gedreven door de consumptie en stijgende huizenprijzen.
Wat de Europese staatsschuldcrisis betreft kwam er onder meer nieuws over de resultaten van de stresstesten van Ierse banken. Uit die testen is gebleken dat zij in totaal 24 miljard euro vers kapitaal nodig zullen hebben. Een deel van dat geld zal worden opgehaald via de markten of de verkoop van activa, de rest moet van de overheid komen. In het reddingspakket dat Ierland in november vorig jaar kreeg, was 35 miljard euro voor de banken bestemd. De Ierse risicospreads zijn ingelopen, maar de Portugese spreads zijn verder gestegen, wat hun behoefte aan een financiële reddingsoperatie benadrukt. Het ontbreken van een regering waarmee over de voorwaarden kan worden onderhandeld, bemoeilijkt de zaken in Portugal.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
