De energieschok door het conflict in het Midden-Oosten werkt snel door in de wereldeconomie. Net als eerdere olie- en gasschokken dwingt deze crisis landen om hun energievoorziening opnieuw tegen het licht te houden. Dat vergroot de risico’s voor groei en inflatie, maar kan volgens Irene Lauro, klimaat econoom bij Schroders, tegelijk nieuwe investeringskansen presenteren; van fossiele projecten tot hernieuwbare energie en kritieke grondstoffen.
Vooral Aziatische economieën zijn kwetsbaar voor de verstoring. Meer dan 80% van de olie- en gasstromen die door de Straat van Hormuz lopen, is bestemd voor Azië. Daardoor zijn landen in de regio extra gevoelig voor leveringsproblemen en scherpe prijsstijgingen.
Europa lijkt op het eerste gezicht minder direct blootgesteld. Slechts een beperkt deel van de Europese olie- en lng-import loopt via de zeestraat. Toch is ook Europa allerminst immuun. Energieprijzen worden immers op wereldmarkten bepaald. Als Europa en Azië tegelijk op zoek gaan naar alternatieven voor de aanvoer van energie uit het Midden-Oosten, kunnen de prijzen langdurig hoog blijven. De kwetsbaarheid is het grootst in landen die sterk afhankelijk zijn van energie-import. In Azië springen Japan en Zuid-Korea eruit. In Europa geldt dat onder meer voor Italië, Spanje en Duitsland. Voor zulke economieën dreigt een klassiek stagflatiescenario: oplopende inflatie gecombineerd met zwakkere groei.
Een schok die structurele verandering versnelt
Energieschokken blijven zelden beperkt tot een tijdelijke prijspiek. Veel vaker leiden zij tot een fundamentele herziening van het energiebeleid. Overheden en bedrijven gaan op zoek naar meer leveringszekerheid, spreiden hun bronnen en investeren versneld in energiesystemen die minder gevoelig zijn voor geopolitieke verstoringen.
Dat patroon is niet nieuw. Ook eerdere energiecrises lieten zien dat een acute verstoring vaak de aanzet vormt tot blijvende beleidswijzigingen. De huidige energieschok kan daardoor uitgroeien tot meer dan een tijdelijke marktschok: zij kan het energielandschap voor jaren hertekenen.
Geschiedenis herhaalt zich: de olieschokken van de jaren zeventig
De olie-embargo’s van 1973 en 1979 maakten pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk industrielanden waren van fossiele brandstoffen uit politiek instabiele regio’s. De gevolgen beperkten zich niet tot hogere brandstofprijzen. In veel landen volgde een structurele koerswijziging in het energiebeleid.
In de vroege jaren zeventig groeide het verbruik van fossiele brandstoffen nog snel. Toen het aanbod abrupt werd teruggeschroefd, moesten overheden snel ingrijpen om de vraag af te remmen. Ook huishoudens en bedrijven werden gedwongen hun gedrag aan te passen. De les was helder: zodra energiezekerheid onder druk staat, kunnen beleidsreacties snel en verstrekkend zijn.
De bonus van decarbonisatie: veiliger én duurzamer
Na de Russische invasie van Oekraïne werd energiezekerheid een extra argument voor de overgang weg van fossiele brandstoffen. Hernieuwbare energie is niet alleen relevant voor lagere uitstoot, maar vermindert ook de afhankelijkheid van ingevoerde brandstoffen.
De forse stijging van de gasprijzen in 2022 zette Europa ertoe aan om de afhankelijkheid van Russische fossiele energie sneller af te bouwen, alternatieve aanvoerbronnen te zoeken en de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen. De gevolgen van die beweging zijn inmiddels zichtbaar. In 2025 wekten wind- en zonne-energie in de EU voor het eerst meer elektriciteit op dan fossiele brandstoffen. Daarmee werd Europa minder gevoelig voor externe schokken zoals de huidige.
Ook in Azië hebben eerdere energieschokken de energiemix veranderd. Hogere prijzen voor olie en gas maakten hernieuwbare bronnen relatief aantrekkelijker. Dat versterkte het aandeel van duurzame elektriciteitsopwekking in meerdere Aziatische economieën.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!