Storm op de oliemarkt

Geplaatst door | Nog geen reacties Commodities

051114 olieHet is niet de eerste keer dat het stormt op de oliemarkt. De bewegingen zijn altijd groot. De markt weet zich altijd weer te herstellen. Dus waarom ook niet deze keer?

In de jaren voor de recente verkoopgolf van olietermijncontracten hadden beleggers een enorme hoeveelheid olietermijncontractenmarkten gekocht. Er heerste de opinie dat de organisatie van olieproducerende en -exporterende landen (Opec) de prijs boven de 90 dollar zou houden en dat exploitanten van schalie-energiebronnen deze prijs nodig hadden om break-even te draaien.

De wereld was gewend geraakt aan een olieprijs van rond de 100 dollar. Maar door de relatief hoge prijs is er meer en meer overcapaciteit ontstaan. Zo verdringt in de VS schalieolieproductie meer en meer de olie-import. En de export van geraffineerde olieproducten uit de VS overspoelt de wereldmarkt. In 2014 is de taxatie van de wereldwijde olievraaggroei tweemaal naar beneden bijgesteld. De voorraden bleven oplopen en de zeepbel van de olieprijs barstte, zoals de grafiek toont.

Olieprijs gehalveerd

Eind 2014 zat de oliemarkt midden in het proces van prijsaanpassing (‘correctie’). Je zou ook kunnen zeggen: we beleven het barsten van de zeepbel die de olieprijs bleek te zijn. De opinies van analisten over het vervolg van de olieprijsontwikkeling lopen nogal uiteen. Driemaal eerder in de recente geschiedenis is de olieprijs zo sterk gedaald: in 2008, 1997/98 en in 1985/86. We lopen ze even langs.    

“Eind 2014 zat de oliemarkt midden in een correctie”

In 1985 was er een geschatte overcapaciteit van 20 miljoen vaten ruwe olie per dag. Saoedi-Arabië had zijn productie laten dalen van 10 naar 4 miljoen vaten per dag om de prijs voor die tijd relatief hoog (30 dollar) te houden. Maar het land was die rol beu en de Saoediërs gingen concurreren door veel meer olie op de markt te brengen. In acht maanden tijd daalde de olieprijs zo’n 65%. Daarna brak een relatief rustige tienjaarsperiode aan (1987-1997) op de wereldoliemarkt, met een gemiddelde prijs van 18 dollar per vat, met als belangrijkste onderbreking de Golfoorlog van 1990 – 1991.

Productieafspraken Opec

In 1997 was de overcapaciteit die in jaren tachtig was ontstaan, nagenoeg verdwenen. Toch zou de olieprijs alsnog enorm dalen. De Opec besloot op initiatief van Venezuela in november 1997 tot een collectieve productieverhoging van de groep. Dat bleek onhandig getimed, want door de Azië-crisis (1997) nam de vraaggroei in die tijd juist af. In dezelfde periode groeide de olie-export van Irak sterk.

Het land was buiten de Opec gehouden na de inval in Koeweit in 1990. Pas begin 1999 – de prijzen waren in twee jaar ongeveer 60% gedaald – wist de Opec onder leiding van Saoedi-Arabië productiebeperkingen af te spreken waar de meeste landen zich aan hielden. De olieprijs steeg binnen achttien maanden naar 30 dollar.

In de periode 2004-2008 kwam de hele olie-industrie in een situatie van toenemende vraag, stijgende prijzen, groeiende investeringen en dus toenemend aanbod. Het productieverval (afnemende opbrengst) bij conventionele bronnen nam toe.

Olieproducenten moesten steeds meer investeren in exploratie en productie om aan de sterke vraaggroei van de opkomende markten te voldoen. Oude olievelden raakten uitgeput. De productieniveaus van deze op conventionele wijze gewonnen olie piekten in 2006, omdat toen als het ware een hele generatie olievelden kampte met afnemende opbrengsten en uit productie ging. Om toch zo veel mogelijk olie uit de uitgeput rakende bronnen te pompen, is hoogwaardige (dure) technologie nodig. Daardoor stegen de kosten.shutterstock_175

Niet toevallig brak tegelijkertijd het tijdperk aan van de ‘onconventionele’ oliebronnen (schalieolie) en biobrandstoffen. De olieprijs (WTI) steeg van 25 dollar in 2004 naar een piek van maar liefst 150 dollar in 2008.

Het geloof in alsmaar hogere olieprijzen liep uit op een speculatieve zeepbel in 2008. Deze barstte pas toen de kredietcrisis meer en meer het toekomstbeeld vertroebelde.

De olieprijs daalde in zes maanden tot onder 40 dollar per vat. Wel herstelde de olieprijs in de daaraanvolgende jaren tot 90 à 110 dollar per vat. De vraag uit Azië (vooral China) bleef namelijk groeien. Ook wereldwijd gezien groeide de vraag weer, zij het minder sterk dan voor de crisis.

Varkenscyclus

In de oliemarkten – zoals in alle markten – spelen verschillende cyclische effecten door elkaar heen, waaronder de zogenoemde varkenscyclus. Als er meer vraag dan aanbod is, stijgen de prijzen en gaan producenten investeren en komt er meer aanbod. Als de vraag krimpt (bijvoorbeeld door zuiniger auto’s of een zwakke economie), komt er meer aanbod in verhouding tot de vraag en daalt de prijs.

Als de prijs langer laag blijft, neemt ook het aanbod weer af. Anno 2015 is er in de raffinagesector wereldwijd gezien een overcapaciteit van 8 miljoen barrels per dag (mb/d) en in Azië komen er nog steeds nieuwe raffinaderijen bij. De exacte overcapaciteit op de wereldwijde ruwe-oliemarkt is onbekend. De schattingen lopen uiteen van 3 tot 6 mb/d aan productiecapaciteit. Als de hoeveelheid geproduceerde schalieolie blijft groeien, neemt de overcapaciteit toe.olie jaknikkers

De Opec, de organisatie van de belangrijkste olieproducerende en -exporterende landen (behalve Rusland) heeft als doel te zorgen voor voldoende olie op de wereldmarkt en voor prijsstabiliteit. In de praktijk is daar de afgelopen jaren niet veel van terechtgekomen.

In 1999 daalde de olieprijs per vat nog naar 10 dollar. Acute financiële nood van de Opec-leden zorgde voor de nodigde discipline om de productievolumes te verkleinen: de prijs steeg binnen achttien maanden naar 30 dollar. Daarna verminderde de discipline van de Opec-leden weer en gedurende 2004 verloor de kartelorganisatie steeds meer de grip op de prijsontwikkeling.

De Opec van nu, december 2014, wenst blijkbaar niet meer door middel van productiebeperking de prijs te verhogen. De vraag is hoe de Opec-landen zullen handelen als de olieprijs verder daalt. Olieproductie is erg kapitaalintensief.

De mate waarin de olie-industrie zich kan financieren, komt immers in het geding bij extreem lage prijzen. En datzelfde geldt voor de Opec-landen zelf. De overheidsbegrotingen van landen als Venezuela en Nigeria komen onder druk bij langdurig lage olieprijzen. Dat vermindert hun leencapaciteit op de kapitaalmarkt

Het wonder van de schalieolie

Onderschat nooit de Amerikaanse ondernemingskracht. Dat blijkt maar weer uit de enorme productiegroei van schalieolie. Daardoor importeren de Verenigde Staten minder en is er meer olie op de wereldmarkt beschikbaar voor de rest van de wereld. De VS heeft ook een overschot aan raffinagecapaciteit. Zodoende exporteert de Amerikaanse olie-industrie meer olieraffinageproducten (benzine, diesel, smeerolie) en brandstoffen, waardoor de vraag naar ruwe olie buiten de VS nog verder afneemt.

De sterke groei van de schalieolie-industrie (shale oil boom) werd mogelijk door hoge olieprijzen en gunstige financieringscondities (lage rentes). Maar ook de steeds lagere winningskosten van schaliegas en -olie spelen een rol bij de enorme groei van de schalie-industrie.

Terwijl de olieprijzen dalen, blijft men boren in de schalieolievelden in de VS. Naast het feit dat de olie-industrie in de VS een bedrijfstak is waar men wel gewend is aan prijscycli, is er ook door sommige politici en ondernemers veel prestige geïnvesteerd in dit typisch Amerikaanse succes. Zal Amerika zijn schalieolie-industrie beschermen?

De grootste olieprijsverandering vond plaats tussen maart 1999 en juli 2008. In deze periode van ongeveer tien jaar verveertienvoudigde de olieprijs van 10 naar 140 dollar. Tot halverwege 2014 schommelden de olieprijzen rond de 100 dollar, oftewel vijf maal zo hoog als 20 dollar, de gemiddelde prijs in het tijdperk 1986 -1999. Deze langdurig hoge olieprijs heeft nieuwe ontwikkelingen op gang gebracht, waaronder de techniek om schalieolie te winnen.

“Zal Amerika zijn schalieolie-industrie beschermen?”

Hoge olieprijzen hebben ook gezorgd voor een zuiniger transportvloot (auto’s, trucks en vliegtuigen). We constateerden al eerder dat de opkomst van schalieolie in de VS werd gedreven door hoge olieprijzen en lage kapitaalmarktrentes. Nu de Opec geen productiebeperking wenst te bespreken, kiest zij voor een marktgedreven oplossing: het onbeperkt aanbieden van olie om haar marktaandeel te beschermen. Dat bleek voor velen onverwacht, vandaar de grote neerwaartse prijsreactie.

Prijzenoorlog

Momenteel (januari 2015) overtreft het aanbod de vraag van olie op de wereldmarkt maar volgens velen zal dit slechts tijdelijk zijn. Immers: als de grote oliemaatschappijen, Opec-landen en schalieoliebedrijven minder investeren in productiegroei vanwege lagere inkomsten door lagere prijzen, zullen de productievolumes afnemen en zal de oliemarkt weer in balans komen. Althans dit is het beeld dat de olieminister van Saoedi-Arabië, Ali Al-Naimi, schetst.

De prijsval zal stoppen als de markt in balans komt. Daarna zal de prijsontwikkeling van olie sterk afhangen van hoeveel er geïnvesteerd wordt. Dit zal onder andere afhangen van de vraag naar, en de prijs van olie.

Afhankelijk van de olieprijs zijn er ‘zones’ te onderscheiden:

  • Zone 1: 40 dollar of lager: weinig investeringen en geen productiegroei;
  • Zone 2: 40 tot 60 dollar: industriekosten dalen verder, productie groeit licht;
  • Zone 3: 60 dollar en hoger: na correctie keren we terug naar de ‘oude situatie’.

Een van de vele mogelijke scenario’s: na een kort bezoek aan zone 1 in 2015 verblijft de olieprijs een paar jaar in zone 2, om daarna terug te keren naar zone 3.

Waarom houden we een terugkeer naar zone 3 voor mogelijk? In tegenstelling tot het begin van de jaren tachtig is er momenteel geen grootschalige overcapaciteit in de ruwe-oliesector. En de overcapaciteit die er is, kent zulke hoge productiekosten dat deze hogere prijzen nodig heeft om rendabel in productie te worden gebracht. Er zijn in de afgelopen tien jaar namelijk geen nieuwe grootschalige goedkoop te winnen oliereserves gevonden.

Optimale financieringscondities

Schalieoliewinning in de VS zou nooit zo snel zijn gegroeid zonder optimale financieringscondities: lage rente en grote mate van risicoacceptatie van investeerders (en beleggers). Een heel belangrijke factor voor de ontwikkeling en productiegroei van olievelden wordt het antwoord op de vraag: wie krijgt zijn financiering rond en wie niet?

Zo zal Rusland als gevolg van de huidige boycot door het Westen minder kapitaal en technologie krijgen om zijn olievelden te ontwikkelen. Mexico krijgt daarentegen volop Amerikaans kapitaal en technologie. Ook militaire veiligheid en politieke stabiliteit spelen een rol.

Wanneer kunnen bijvoorbeeld de relatief goedkoop te exploiteren reserves van Irak weer vol in productie worden genomen? De olieprijs zal voorlopig laag blijven, want momenteel is er een concurrentieslag gaande om marktaandeel.

De oliemarkten worden pas weer stabiel als er een balans wordt gevonden tussen oude bronnen (zoals van Saoedi-Arabië) en nieuwe bronnen (zoals de schalieolie van de VS). Daarna zal het prijsverloop van meerdere factoren afhangen: geopolitieke ontwikkelingen, ontwikkelings- en productiekosten, het vraag- en aanbodperspectief en de genoemde toegang tot kapitaal en technologie.

Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!


Deel dit artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar het nieuws overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten