Het vertrouwen in de woningmarkt is in het vierde kwartaal flink gedaald. De onduidelijkheid over de hypotheekrenteaftrek is de grootste zorg. Een indirect effect van het dalende vertrouwen is dat huizenbezitters actief meer vermogen opbouwen om de hypotheek aan het einde van de looptijd af te lossen, nu een waardestijging van de woning minder vanzelfsprekend is. Dat blijkt uit het ING WoonBericht.
Het aantal woningbezitters en starters dat verwacht dat het aantal huizen dat verkocht gaat worden zal dalen, is meer dan verdubbeld (van 24% naar 60%). Deze verwachting is lager dan in het tweede kwartaal voor de aankondiging van de verlaging van de overdrachtsbelasting.
Eigen vermogen woningbezitters neemt verder toe
Een indirect effect van het dalende vertrouwen in de woningmarkt is dat huizenbezitters actief meer vermogen gaan opbouwen om de hypotheek aan het einde van de looptijd af te lossen, nu een waardestijging van de woning minder vanzelfsprekend is. Dit aandeel is het afgelopen jaar gestegen met ruim 10%. In het tweede kwartaal van 2011 ging het nog om 50% van de koopwoningbezitters, inmiddels gaat het om 61%.
Onduidelijkheid hypotheekrenteaftrek leidt tot onzekerheid
De meeste huizenbezitters (54%) maken zich zorgen over de onduidelijkheid van de hypotheekrenteaftrek. Dit is een trend die al gestart is in het derde kwartaal van 2010, maar die de consument nog steeds bezighoudt. Zorgen over de woningmarkt zijn daarmee groter dan zorgen over de financiële crisis(46%). Volgens ING is het duidelijk dat de situatie op de woningmarkt vraagt om een structurele aanpak. “Alleen al de voortdurende discussie over de hypotheekrenteaftrek leidt tot veel onrust onder consumenten op de woningmarkt. Een brede aanpak is noodzakelijk, waarbij rekening wordt gehouden met alle aspecten rondom kopen en huren. Als er door de overheid op enig moment wordt besloten om in te grijpen dan is het van belang dat maatregelen geleidelijk worden ingevoerd en dat er compensatie is voor de consumenten die financieel geraakt worden.”
Alleen verlagen overdrachtsbelasting heeft onvoldoende effect
Het verlagen van de overdrachtsbelasting heeft onvoldoende effect gehad op het herstel van vertrouwen in de woningmarkt. Hoewel vooral meer starters zich zijn gaan oriënteren, blijft men vooralsnog terughoudend. Juist voor starters is het nu een gunstige tijd om een huis te kopen, meent ING.
Waar in het derde kwartaal bijna driekwart van de huizenbezitters nog dacht sneller hun huis te kunnen verkopen door de verlaging van de overdrachtsbelasting, denkt nu nog slechts 50% er zo over. Wel zijn meer consumenten (10%) zich na aankondiging van de maatregel gaan oriënteren op de woningmarkt, dit waren voornamelijk starters (96%). Van deze groep heeft slechts een kwart ook daadwerkelijk een bod uitgebracht op een woning. De voornaamste reden om geen bod uit te brengen is dat de woningmarkt en economie nog te onzeker zijn (39%). Voor 30% voldoet het aanbod niet aan de wensen. Ruim een kwart (29%) wil eerst het eigen huis verkopen.
Twijfel over keuze rentevastperiode
De onzekerheid over de renteontwikkeling en het dalende vertrouwen in de woningmarkt leiden ertoe dat starters en woningbezitters niet goed meer weten voor hoe lang ze hun rente moeten vastzetten. Het aantal woningbezitters dat hierover twijfelt, is gestegen van 18% in het derde kwartaal naar bijna een kwart in het vierde kwartaal. Het aandeel twijfelaars is niet eerder zo hoog geweest.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!