De wereldeconomie lijkt af te stevenen op stagflatie: een situatie met lage economische groei en hoge inflatie. Spanningen in het Midden-Oosten en stijgende energieprijzen versterken deze vrees. Historisch gezien zijn zulke periodes doorgaans ongunstig voor aandelen, maar een paniekreactie is niet nodig. Aandelen presteren vaak nog redelijk, zij het minder goed dan in tijden van stabiele groei en lage inflatie.
Stagflatie vormt een uitdaging voor bedrijven en beleggers doordat de vraag afneemt door lage groei, terwijl inflatie de kosten verhoogt. In een sterke economie kunnen bedrijven deze kosten doorberekenen, maar bij zwakke vraag komen de winstmarges onder druk, wat de bedrijfsresultaten schaadt. Ook centrale banken staan voor een dilemma: renteverlaging kan de stagnatie verergeren door inflatie aan te wakkeren, terwijl renteverhoging de economie verder kan afremmen. De Visie van Schroders.
Uit historisch onderzoek (vanaf 1926) blijkt dat aandelen tijdens stagflatie gemiddeld nauwelijks rendement opleveren, met een mediane reële jaarrendement rond 0%. Toch waren in de helft van de stagflatiejaren de rendementen positief, gemiddeld +16%, terwijl negatieve jaren gemiddeld -14% lieten zien. Aandelen deden vaker beter dan cash, wat aangeeft dat het aanhouden van alleen cash niet per se veiliger is. Ook blijkt dat positieve aandelenrendementen tijdens stagflatie niet afhankelijk zijn van een voorafgaande beurscrash of renteverlaging; in sommige jaren stegen rentes zelfs terwijl aandelenrendementen positief waren.
Sectorprestaties tijdens stagflatie verschillen sterk, maar de beperkte beschikbare data (vanaf 1974) en veranderende sectorindelingen maken conclusies lastig. De huidige inflatie wordt mede gedreven door handelstarieven en geopolitieke spanningen, wat verschilt van eerdere periodes waarin grondstofprijzen dominant waren. Historische data alleen zijn daarom onvoldoende; kwalitatieve oordeelsvorming is essentieel.
Wat betreft regio’s kunnen Europese aandelen profiteren van hun sectorverdeling. Europa heeft relatief veel industrie en nutsbedrijven, sectoren die bij stagflatie minder slecht kunnen presteren. Investeringen in defensie en infrastructuur kunnen deze sectoren verder ondersteunen. In tegenstelling tot Europa is de Amerikaanse markt sterk gericht op technologie en communicatiediensten, sectoren die historisch slecht presteren bij stagflatie en gevoelig zijn voor handelsconflicten. Dit maakt de VS kwetsbaarder bij langdurige stagflatie. Japan heeft een grote blootstelling aan industrie en discretionaire consumptie, die sterk afhankelijk zijn van wereldhandel, wat in de huidige context een uitdaging vormt.
Kortom, hoewel stagflatie het beleggingsklimaat bemoeilijkt en risico’s verhoogt, betekent het niet automatisch dat aandelen slecht presteren. Sector- en regiokeuzes worden juist belangrijker, waarbij Europese aandelen momenteel beter gepositioneerd lijken dan Amerikaanse. Paniek is niet nodig, maar voorzichtigheid en gediversifieerde keuzes zijn wel aan te raden.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
