Beleggers kiezen voor de grootste en meest waarschijnlijke opbrengst van hun beleggingen afgewogen aan het daarbij verwachte risico. Het noemen van het woord risico leidt echter te vaak tot overdreven schrik.
In het voorbeeld van de Krimcrisis zagen velen een wereldschokkende crisis opdoemen. Een eigen berekening kan echter vaak leiden tot meer nuchterheid. Als je in dit verband berekent dat de waarschijnlijkheid van het optreden van die oorlog 10% is en dat de invloed van zo’n oorlog op de wereldeconomie 30% is dan geeft de waarschijnlijkheidsberekening voor de invloed uiteindelijk 10% maal 30% = 3% aan; voor een belegger geen reden om in een normaal verdeelde portefeuille af te bouwen. Het is natuurlijk makkelijk te stellen dat na de aanvankelijke koersdip de markt weer herstelde, maar feit is een normale rustige berekening veelal de werkelijke uitkomst is.
Voor de bepaling van de verwachte economische ontwikkelingen in de komende periode valt als bedreiging voor de aandelenmarkt bijvoorbeeld te noemen een flinke rentestijging in de komende anderhalf jaar, waarschijnlijkheid daarvan 15% en invloed op de aandelenmarkt 30%, per saldo 4,5% risico op de koersontwikkelingen. Voor de verwachte loonontwikkeling geldt bijvoorbeeld een 25% waarschijnlijkheid bij een invloed van 25% voor een totaal risico van "slechts" ruim 6%.
Slechts 10% risico
Voor beide grootste bedreigingen samen dus voorlopig een beperkt risico van 10%. Daarnaast verwacht ik geen noemenswaard blijvend politiek risico. Daartegenover geeft de verwachte jaarlijkse wereldwijde economische groei van ruim 3,5% met een waarschijnlijkheid van 80% en een invloed van 20% de belegging in aandelen nog steeds de voorkeur. Dit soort berekeningen kan ieder voor zich maken op basis van eigen verwachtingen. Daarmee kunnen waarschijnlijk veel onnodige schrikreacties in de markt vermeden worden. Het spreekt voor zich dat de aanvankelijke marktreacties op de tegenwoordig veelvuldige en sterk overdreven geruchten over bijvoorbeeld boetes en fraudes ook op hun feitelijkheid op zo’n manier kunnen worden beoordeeld.
Na de recente politieke en rente-onrust gaat de economische gang van zaken weer de overhand krijgen. In de ontwikkelde landen neemt de groei licht toe en in de ontwikkelende landen is er sprake van een tijdelijke groeivertraging. De te sterk opgelopen liquiditeit- en geldhoeveelheid zal op termijn tot problemen kunnen gaan leiden, maar voorlopig zijn de doelstellingen gericht op stabilisatie. In de verwachte wereldwijde groei zal de ontwikkeling van het welvaartsniveau van de zogenaamde middenklasse in ontwikkelende landen opvallend zijn. Als voorbeeld hiervan zien we in China een middenklasse van ruim 450 miljoen mensen ontstaan. Naast de uitgaven voor verbeterende woonomstandigheden, transport(autobezit) en reizen zullen consumptieve producten in eerste instantie aangekocht worden.
Deze ontwikkeling in (duurdere) consumptieve producten is vooral van belang voor bijvoorbeeld Heineken, een van de wereldwijd leidende bierproducenten. Het ruim een jaar geleden vergrote belang in APB, Aziatische producent/distributeur, bedraagt momenteel ruim 18% van het totale bedrijfsresultaat. De omzet kan in de komende drie jaar verdubbeld worden met als gevolg voor het totale bedrijf een jaarlijkse groei alleen al daaruit van 6%. Daarnaast zien wij de ingevoerde kostenbesparingen tot een (gewenste)margeverbetering in de ontwikkelde landen leiden, zodat per saldo bij stijgende omzetten en licht verbeterende marges de nettowinst zal stijgen. De verwachte jaarlijkse vrije kasstroom van meer dan 2 miljard euro geeft de sterke financiële basis aan; een echte investering voor lange termijn beleggers.
Tom Muller
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!

