De frustratie over de sterke euro en de hardnekkig lage inflatie in de Eurozone (er is nog steeds inflatie, in april 0,7% op jaarbasis) hebben de geesten voldoende rijp gemaakt voor de negatieve rente die de ECB heeft ingevoerd.
Er wordt in dit verband wel gesproken over het overtrekken van de Rubicon, een ondiepe rivier in noordoost Italië, maar dat is sterk overdreven. De wereld verandert niet plotseling bij negatieve rentes. We zijn niet ineens achter de spiegel beland. Het is ook niet de eerste keer in Europa. Tijdens de eerste oliecrisis heeft Zwitserland ook negatieve rentes gehanteerd om de enorme opwaartse druk op de Zwitserse frank af te zwakken.
Onlangs heeft Denemarken eveneens negatieve rentes gehanteerd. Denemarken heeft immers nog steeds een eigen munt, maar het geeft er om begrijpelijke redenen de voorkeur aan de euro nauw te schaduwen. De Deense kroon is hierdoor een quasi-euro geworden, zoals de gulden vroeger een quasi-Deutschmark was. Toen de vrees voor het uiteenvallen van de euro begon toe te nemen, werd Denemarken ook als een veilige haven gezien (net als bijvoorbeeld Noorwegen). Negatieve rentes waren noodzakelijk om de wisselkoers te stabiliseren. Nu het risico op uiteenvallen van de euro in elk geval voorlopig zeer klein geworden is, heeft Denemarken de rente weer een positieve waarde kunnen geven (0,05%). Al me al heeft het bijna twee jaar een negatieve depositorente gehad. Dikke kans dat het in navolging van de ECB inmiddels ook weer negatieve rentes heeft. Dat een centrale bank een licht negatieve deposito rente hanteert en eigenlijk dus een boete heft voor het aanhouden van deposito’s van banken bij de centrale bank, betekent niet dat je bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypotheek geld toe krijgt. In Denemarken daalden rentes voor klanten nauwelijks en ook de kredietverlening nam niet toe. Maar goed, alle beetjes helpen. Naast een negatieve depositorente zal de ECB vermoedelijk ook de beleningsrente hebben verlaagd (naar 0,1%) en een beperkt programma aangekondigd om met onderpand gedekte obligaties van banken op te kopen. Het niet honoreren van eerder geschapen verwachtingen zou overigens weer een sterke(re) euro betekenen en een aanleiding van nieuwe frustraties bij de beleidsmakers van de ECB.
Al met al zijn de genomen besluiten bescheiden en zetten in economische zin waarschijnlijk weinig zoden aan de dijk. Echt radicale maatregelen om de euro te verzwakken, zoals het massaal opkopen van staatsobligaties (kwantitatieve verruiming), blijven waarschijnlijk op praktisch verzet stuiten van Jens Weidmann, de president van de Bundesbank.
Dit verzet is begrijpelijk, omdat de Eurozone eigenlijk geen nieuwe monetaire stimulans meer nodig heeft. Weliswaar is het vertrouwen in de economische ontwikkeling in Duitsland in mei licht afgenomen, maar dat is waarschijnlijk een dipje vanwege de Oekraïne-crisis. Dit is waarschijnlijk tijdelijk, nu Rusland afziet van een invasie en verdere sancties uitblijven. De grootste economie van Euroland, Duitsland, ligt nog steeds op koers voor een groei in de orde van grootte van 2,25%. Frankrijk stagneert, maar doet te weinig om zijn verslechterde concurrentiepositie te verbeteren. Het voelt de hete adem van het zich wel hervormende Spanje in de nek. Als geheel versnelt de groei in de Eurozone en deze zal in 2015 verder versnellen. Een extra zetje van de ECB is dus niet nodig, maar schade zal het evenmin aanrichten. Het zal in elk geval niet tot een dramatisch stijgende inflatie leiden. Nu wordt er wel dramatisch gedaan over deflatie. Alsof er een val dichtklapt nadat de inflatie onder de nul zakt. Maar dat is natuurlijk onzin. Deflatie is ernstig als het een weerspiegeling is van economie in grote moeilijkheden. Bij een aantrekkende economie zoals nu in de Eurozone: who cares?
Door: Léon Cornelissen, hoofdeconoom Robeco
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!
