Ook in 2011 zullen de financiële markten moeite hebben om oude problemen en nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden. De conventionele medicijnen raken op, zodat er een ‘reageerbuisbeleid’ moet worden gevoerd. De economie wordt een experiment.
De oude problemen zijn welbekend: een gebrek aan consumptieve vraag in de ontwikkelde wereld, hoge staatsschulden en desinflatie. Dit wordt deels gecompenseerd door de sterke groei in de opkomende wereld, maar de ontwikkeling naar een nieuw evenwicht tussen de VS & co en China & co is moeizaam en herbergt het risico van valutaoorlogen en protectionisme. De grootste uitdaging voor 2011 is om de westerse consument een flinke impuls te geven zonder een schok toe te brengen aan het toch al delicate mondiale herschikkingsproces.
Beleggingshorizon
Op dit moment gaat het gesprek van de dag onder beleggers voornamelijk over de mogelijke gevolgen van een aanhoudende kwantitatieve versoepeling, oftewel geld bijdrukken om staatsobligaties te kopen. Het gebruik van kwantitatieve versoepeling is symptomatisch voor een ontwikkelde wereld waarin de conventionele medicijnen opraken, waardoor beleidsmakers hun toevlucht moeten nemen tot ‘reageerbuisbeleid’: een experimentele behandeling van de economie. Een van de neveneffecten van het gebruik van experimentele geneesmiddelen is het feit dat patiënten die eraan onderworpen worden de neiging hebben ‘bij de dag te leven’. Dit is duidelijk tot uiting gekomen in het gedrag van beleggers in 2010, waarin perioden van vrees en hebzucht elkaar veelvuldig afwisselden.
Een ietwat kortere beleggingshorizon zou de komende jaren de normale gang van zaken kunnen worden, aangezien het risico van beleidsfouten ongebruikelijk hoog blijft. Dit feit komt echter ook tot uiting in de waardering van risicovolle vermogenstitels, die over het algemeen nog steeds aantrekkelijk is en daarmee fatsoenlijke beleggingsmogelijkheden biedt voor 2011.
Kans
Wij schatten de kans dat economieën in 2011 zullen ‘doormodderen’ op 60%, waarbij de opkomende markten vrij sterk blijven groeien en hun ontwikkelde tegenhangers een ‘dubbele dip’-recessie kunnen afwenden. Dat betekent dat wij de kans hoog schatten dat de centrale banken en regeringen in het Westen in staat zullen zijn voldoende stimulans te bieden om de groei op peil te houden. Het betekent echter ook dat we niet van mening zijn dat de westerse consument gemakkelijk overgehaald kan worden om zijn uitgaven substantieel te verhogen. Het herstel op de woning- en arbeidsmarkt is waarschijnlijk onvoldoende om de consument een flinke impuls te geven. Wij voorzien een 25%-kans op een dubbele dip en een 15%-kans op een sterk wereldwijd momentum.
In ons meest waarschijnlijke scenario verwachten wij een blijvend laag renteniveau voor staatsobligaties in de ontwikkelde wereld, grofweg tussen 2% à 3%. Dit houdt een zeer bescheiden toekomstig rendement in, dat alleen in een scenario van een dubbele dip en de vrees voor deflatie significant hoger kan worden, als de obligatierente onder de 2% duikt en de koers van lange obligaties behoorlijk stijgt. De lage rente op obligaties maakt aandelen relatief aantrekkelijk. Wij verwachten dat wereldwijde aandelen in 2011 een rendement (inclusief dividend) van ongeveer 10% laten zien, in overeenstemming met de verwachte winstgroei. Het rendement op de opkomende markten zou hoger moeten kunnen liggen, maar daar staat een enigszins hoger risico tegenover.
Aangezien de dynamiek in de aantrekkende productiesector waarschijnlijk vertraagt, denken wij dat industriële ondernemingen te maken krijgen met winstnemingen, terwijl kwalitatief goede bedrijven in sectoren zoals farma, technologie, telecom en olie aantrekkelijker worden. De meeste van onze voorkeurssectoren voor 2011 bieden ook een hoog dividendrendement. Gezien het lage groeitempo en bescheiden beleggingsopbrengsten wereldwijd, wordt hoog rendement een van de belangrijkste thema’s voor 2011. Dat kan niet alleen via aandelen gerealiseerd worden, maar ook in high yield-bedrijfsobligaties, aandelen van vastgoedondernemingen en schuldbewijzen uit opkomende markten. Al deze vermogenssoorten bieden nog steeds een relatief aantrekkelijke verhouding tussen risico en rendement, zelfs in een experimentele ‘brave new world’.
Door: Ad van Tiggelen, senior strategist ING Investment Management