In de VS hebben alle beursgenoteerde bedrijven hun resultaten over het vierde kwartaal inmiddels gerapporteerd. Het was een opmerkelijk cijferseizoen.
Maar liefst 68 % van de rapporterende bedrijven realiseerde beter dan verwachte resultaten over het vierde kwartaal. Sceptici hebben hier steeds tegenin gebracht dat deze winsten voornamelijk te danken waren aan grootschalige saneringen en kostenreducties en niet het gevolg waren van aantrekkende markten. Met andere woorden, deze betere resultaten zouden geenszins duiden op een ingezet economisch herstel. Want eens komt er een moment dat een bedrijf niet langer in zijn kosten kan snijden.
Na het afgelopen kwartaal kan ook dit argument overboord gegooid worden. Niet minder dan ruim 70% van de rapporterende bedrijven realiseerde namelijk een omzet die hoger was dan verwacht door de analisten. En dat is het hoogste percentage sinds het vierde kwartaal van 2004. Niet alleen de winstgevendheid maar ook de omzetten zitten weer in een opgaande trend en dat duidt op een voortgaand economisch herstel in de VS. Naast omzet en winst is nog een derde factor van groot belang voor het koersverloop op de beurzen. En dat zijn de uitgesproken verwachtingen – de guidance in beurstaal – van de rapporterende bedrijven. Nu, het aantal bedrijven dat zijn verwachtingen naar boven bijstelde was aanmerkelijk talrijker dan het aantal bedrijven dat zijn verwachtingen verlaagde. Deze ratio lag zelfs op het hoogste niveau sinds 2001.
Triple play
Wanneer een bedrijf meer winst en een hogere omzet rapporteert dan verwacht en daarnaast ook nog zijn verwachtingen voor de toekomst naar boven bijstelt spreekt men in beursjargon wel van een triple play. Welnu, het afgelopen cijferseizoen waren er dermate veel triple plays dat men kan spreken van een uitzonderlijk goed cijferseizoen. Hoe kan het dan dat de beurs een niet onaanzienlijke correctie onderging? Tussen de cijfers van Alcoa in de tweede week van januari en die van Wal Mart in de derde week van februari daalde de S & P 500-index met 3,9%. Sterker nog, tussentijds zakte de beurs zelfs van 1150 naar 1044 punten, een correctie van bijna 10%. Natuurlijk was er deels sprake van het bekende beursfenomeen buy-the-rumour-sell-the-fact. De beurzen waren in de maanden voorafgaande aan deze mooie cijfers allang op de muziek vooruitgelopen en toen de cijfers uitkwamen namen beleggers de kans schoon om hun winsten te nemen.
Zwakke broeders
Maar de voornaamste oorzaak van deze daling dient gezocht te worden bij externe factoren. Zo besloot de Amerikaanse regering – in de week dat de voornaamste banken hun megawinsten publiceerden – het bankwezen eens stevig de oren te wassen. Zo besloten de Chinese autoriteiten de rem te zetten op de wat al te uitbundige kredietverlening. En zo werd beleggers langzaam duidelijk dat de kredietcrisis zijn derde – en laatste fase – is ingegaan. Nadat de banken door de overheid van de ondergang waren gered (1) en de economie in een recessie was beland (2) richten de markten zich nu op de met een enorme schuldenlast overladen nationale overheden (3). En daarbij waren de zwakste broeders het eerst aan de beurt. Opeens bleek de economie van Griekenland voor de beurzen wereldwijd van groot belang. Hoewel deze derde en laatste akte zeker nog niet ten einde is zullen de beurzen uiteindelijk hun weg naar boven weer gaan hervinden. Op de lange termijn zijn de bedrijfswinsten immers leidend voor de koersen. En deze correctie heeft er in ieder geval voor gezorgd dat de koers-winstverhouding in de VS met zo’n 30% is gedaald. Afgelopen week was het sentiment onder beleggers terug op het zeer lage niveau van maart vorig jaar. Juist ja, toen werd de beroemde bodem van 666 punten gezet. En dook de AEX even onder de 200 punten.