Komt een man bij de dokter met gangreen aan zijn been. U en ik weten dat het stinkende been moet worden afgezet. Maar wat vraagt de patiënt? “Dokter, weet u misschien nog iemand die een zalfje heeft, misschien helpt het.” Europese politici denken dat zij de dokter zijn. Ze weten steeds weer een manier te vinden om Griekenland niet uit de euro te gooien of op z’n minst snoeihard op de vingers te tikken.
Steeds sterker dringt zich bij mij de vraag op of onder bepaalde economische omstandigheden een regering niet kan worden afgezet om plaats te maken voor een zakenkabinet. Denk niet dat ik wil dat de democratie om zeep wordt geholpen en we straks misschien worden geregeerd door een dictator of een omhoog gevallen schilder met waanideeën. Dagelijks wordt bewezen dat Europese politici absoluut niet bij machte zijn, laat staan enige kennis hebben, om een crisis met een amputeerzaag te lijf te gaan. Het enige wat ze kunnen is mooie, nietszeggende ballonnetjes opblazen. Ze hebben niet eens in de gaten wanneer die is geknapt; in hun naïviteit en ondeskundigheid blijven ze doorblazen.
Wat ze wel kunnen is eindeloos debatteren over de (her)verdeling van de inkomsten over de diverse potjes. Het ontbreekt ze aan een strategie, die ze – zo is bewezen – ook niet kunnen ontwikkelen. Het zijn ook geen economen, het zijn slechts politici. In een crisis stapt dan iemand anders op. Alleen is het deze keer geen idiote man, maar een rationeel denkend instituut. Ik heb het dus over de financiële markten. Deze trekken aan de touwtjes als waren de politici marionetten. Dat kan met recht geen democratie meer worden genoemd. Nu dicteren de financiële markten in plaats van regeringsleiders. Zij zijn als de dokter die de patiënt nog even een zalfje laat smeren, maar gewoon weet dat het zieke been moet worden geamputeerd.
