Europa moet 40% meer produceren

Column | Nog geen reacties

Een groeiende angst voor het verval van de eurodollar, wordt steeds sterker onderstreept door de chart. Het technische plaatje ziet er verre van goed uit.

De chart van de eurodollar maakt duidelijk hoe makkelijk we zijn vergeten dat deze ooit 0,85 noteerde en daarna mede door het monetaire beleid van de Fed is gestegen tot 1,57. Voor baissiers in de dollar was dat een prachtige beweging. Nu moet duidelijk een flink deel van de winst worden ingeleverd. De eurodollar (nu minder dan 1,24) is op maandbasis al beneden de steun van 1,34 gekomen. Op basis van bepaalde technische principes ligt de volgende steun pas op 1,10, wat betekent dat de daling op basis van de maandgrafiek nog niet voorbij is.

De consequentie

Een lagere dollar is een gifbeker voor beleggers. Vrijwel alle AEX-fondsen realiseren een deel van hun resultaat in gebieden waar de dollar als betaalmiddel wordt gebruikt. Deze bedrijven zullen dus valutaverliezen lijden. Analisten zullen geneigd zijn om deze bij de beoordeling te elimineren. NIET DOEN. Het gevaar neemt toe dat de eurodollar, charttechnisch en fundamenteel, naar een structureel lager niveau gaat. Valutaverliezen worden dan structureel. Deze ontwikkeling zou wel eens één van de redenen kunnen zijn waarom koers-winstverhoudingen van Europese aandelen lager zijn dan Aziatische en Amerikaanse aandelen.

Het is een misvatting te denken dat een lagere eurodollar een positief effect heeft op de exportpositie van de Europese Unie. Het tegendeel is waar. De export van de Europese Unie (1.800 miljard dollar) is minder dan de import (2.000 miljard dollar, basis The World Fact Book van de CIA). Wereldwijd bedraagt de export 18.000 miljard en de import 17.580 miljard dollar. Gerelateerd aan het aantal inwoners doet de EU het niet slecht: met 7% van de wereldbevolking heeft men een aandeel in de wereldexport van 10% en in de wereldimport van 11%.

115

De sterke daling van de prijzen op de goederenmarkten tonen een verraderlijk beeld. De daling van de NY-DJ-AIG Commodity Index is in dollars gemeten sinds 2008 het dubbele van de teruggang van de eurodollar. Als dezelfde index naar euro’s wordt herleid, is de prijsdaling van grondstoffen sterker dan de eurodollar. Als er vanuit wordt gegaan dat valuta’s in feite commodities zijn, kan slechts worden gesteld dat de eurodollar ten opzichte van de index zwaar is overgewaardeerd. De eurodollar zou dan op dit moment op 115 moeten staan, wat aardig in de buurt komt van de steun voor de eurodollar van 110.

Deflatoir

Een (nog) lagere eurodollar zal de (her)financiering van Europa een stuk moeilijker maken, omdat landen buiten de EU met enorme overschotten in toenemende mate minder genegen zullen zijn om Europese staatsobligaties te kopen. Het verdergaande verval van de eurodollar weegt voor hun niet op tegen de renteopbrengsten. Europa dreigt zich hierdoor te isoleren van de rest van de wereld. Het gevaar bestaat dat Europa het tekort van 200 miljard dollar tussen export en import gaat bestrijden door het opwerpen van handelsbarrières om uitstroom van kapitaal tegen te gaan. Het wereldwijde gat is 420 miljard dollar. Dat overschot (zonder hefboomwerking) is echter onvoldoende om Europa uit het schuldenmoeras te trekken. De rente kan niet anders dan stijgen als de commodityprijzen oplopen en de deflatoire druk omslaat in een inflatoire.

40% meer

Daar komt nog eens bij dat Europeanen een misplaatste vorm van trots hebben. Ze presteren veel te weinig met een bruto binnenlands product van 34.000 dollar per inwoner. Dat is weliswaar beduidend meer dan het wereldgemiddelde van 11.800, maar beduidend lager dan de 48.100 in de VS. Het gat van 14.100 dollar met de VS kan alleen gedicht worden door een stijging van het bnp van iets meer dan 40%. Voor een kwart, ofwel 10 procentpunt, moet dat komen uit een verbetering van de arbeidsproductiviteit, waardoor de exportwaarde navenant daalt en de uitstroom van handelskapitaal wordt verhinderd. De resterende 30 procentpunt moet komen uit een hogere productie, waarbij meer aan fysieke producten (export) moet worden gedacht dan aan de geldverslindende dienstverlening. In Brussel lijkt men daar momenteel helemaal niet aan te (willen) denken.


Deel dit artikel

Geschreven door:

Eddy Schekman

Eddy Schekman woont en werkt vanuit China en houdt zich vooral bezig met duiding van het financiële nieuws voor ondernemende beleggers. Sinds 2008 publiceert hij voornamelijk voor het Cash platform.


De berichten op Cashcow kunt u ook lezen via de distributieplatforms LinkedIn, Twitter of Facebook. Vragen worden alleen beantwoord via deze website en niet via social media. Haatdragende of respectloze vragen/reacties zal ik niet in behandeling nemen.


Bekijk alle 21158 berichten van Eddy Schekman

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar het columns overzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies om u de beste surfervaring te geven. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder, dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten