Toen Warren Buffett in Amerika aankondigde zojuist een spoorwegmaatschappij te hebben gekocht, drong plotsklaps door dat er sprake was van een nieuwe manier van denken over de economie.
De trend van dit moment heet ‘nieuw realisme’ en staat in scherp contrast tot de ‘nieuwe economie’ van het begin van deze eeuw. Toen was er sprake van hoop en verwachting. De richting waarin de economie groeide was voor iedereen duidelijk: ‘Let’s walk the talk’. Nu –nog geen tien jaar later- is de wereld compleet veranderd. Verdwenen is de weg naar groei. Weg is het geld. Zijn Amerikanen daardoor somberder geworden? Nee, wel realistischer.
Rauwe paniek
Buiten Wall Street en Capital Hill ( dat ‘a’-tje in wat Capitol zou moeten zijn staat er met opzet) is Main Street America een en al nuchterheid. Het land moet niet alleen terug naar af, het land wil terug naar af. Om daarna weer verder te kunnen. Het voordeel van de enorme staatssteun is dat rauwe paniek is uitgebleven. Helaas is de kans groot dat die paniek er binnenkort toch weer komt, namelijk zodra duidelijk wordt dat de economie niet méér betaalbaar is geworden, maar juist het tegenovergestelde. Want Amerikanen kunnen rekenen: 1 ( private schuld) + 1 (staatsschuld) = 3 (dubbele schuld + terugbetalen).
Nieuw economisch realisme
Voor veel Amerikanen is het daarom genoeg; ze willen niet langer rijp gemaakt worden voor de ondergang. Ze nemen zaken liever in eigen hand. Amerikanen zijn van nature optimistisch en vinden dat werk voorlopig maar even moet blijven verdwijnen totdat alle ‘onzin’ uit de economie is gehaald en het werk dat er wél toe doet behouden blijft. Ze willen niet langer een overdaad aan ‘luxury jobs’ maar échte productie, échte innovatie en échte toegevoegde (lees: duurzame) waarde. Ook accepteren Amerikanen dat de prijzen voorlopig blijven dalen. Verder moet er meer praktische en kansrijke steun geboden worden, door bijvoorbeeld het recht op sociale uitkeringen aan individueel ondernemerschap te koppelen en ‘start-ups’ te laten omarmen door overheid en universiteiten. Nieuw economisch realisme gaat uit van gezond verstand en laat zich gemakkelijk samenvatten: ‘indikken’ (de broekriem aanhalen) + ‘ondernemen’ (veel en gevarieerd bewegen) + ‘investeren’ (hard werken) = lang en gelukkig leven.
Sociaal vangnet of glijbaan?
Het is de vraag of wij in Nederland ook een dosis nieuw economisch realisme nodig hebben. Op het eerste gezicht niet, maar bij nadere beschouwing misschien wel. Ten eerste lijkt de situatie in de VS op een economische depressie, in plaats van een recessie zoals in Nederland. Bij ons gaat het ronduit slecht en is de gehele economie aan het wankelen, maar gaat het lang zo slecht niet als in de VS. De prijzen van onze huizen dalen, maar niet spectaculair. De werkloosheid stijgt, maar niet buitenproportioneel. Nederland is geen schuldenland, maar een spaarland. Wij kennen wel armoede, maar we hebben échte sociale vangnetten, de Amerikanen hebben slechts glijbanen. Maar toch. Ook in Nederland is de export dramatisch afgenomen en is het de vraag of die weer terugkeert. De banken en verzekeraars blijven het moeilijk hebben, nieuwe verrassingen staan waarschijnlijk net om de hoek. Als mensen in Nederland nu werkloos worden, is de kans dat ze snel een nieuwe baan vinden 1 op 5. Dat is niet best.
Roze bril
Daar waar alle landen om ons heden blijven steunen en spenderen, gaan wij bezuinigen. Duitsland verlaagt de belastingen, Nederland verhoogt ze. Met als gevolg dat wij allemaal anders -realistischer- naar onze bezittingen en schulden kijken, in ieder geval anders dan voor Prinsjesdag 2009. De roze bril is weg. Consumenten houden zich in. Werkgevers kijken de kat uit de boom. De overheid dwingt tot een pas op de plaats. Staat ons een koude douche te wachten? Of is dat niet realistisch?
