Nu Griekenland en Ierland een beroep hebben gedaan op het noodfonds, vrezen veel mensen dat het weleens afgelopen zou kunnen zijn met de euro, zeker als ook Spanje aan de rand van de financiële afgrond komt te staan. Maar de eurozone valt heus niet uit elkaar.
Volgens een artikel in het Duitse tijdschrift Der Spiegel is doemdenken helemaal niet nodig. Zo hebben zowel Griekenland als Ierland een relatief klein aandeel in de Europese economie van zo’n 3 en 2%. Bovendien kunnen de situaties van beide landen niet met elkaar worden vergeleken. In Ierland wordt bijvoorbeeld veel strikter de hand gehouden aan regels dan in Griekenland, waar belastingontduiking en corruptie in allerlei maten en soorten een nationale volkssport is. Ook is de export van Ierland groter dan de import, terwijl veel bedrijven in Griekenland zelfs niet met elkààr concurreren.
Ierland worstelt juist met de nasleep van een té goed functionerende economie. De enorme groei van de laatste jaren heeft tot oververhitting van de economie en een vastgoedbubbel geleid. Toen die zeepbel in 2008 uit elkaar spatte, kwamen ook de banken in problemen. Als de vastgoedmarkt opnieuw aantrekt, zullen de banken ook weer winst maken. Conclusie: Griekenland heeft al tientallen jaren te maken met economisch mismanagement, terwijl de problemen van Ierland sterk zijn gelinkt aan de vastgoedzeepbel en het land er naar verwachting snel bovenop komt zodra de herfinanciering is gelukt.
Los van de problemen die landen ondervinden, is de euro op zichzelf nog best een sterke munt, aldus Der Spiegel. In de Amerikaanse en Japanse economie gaat het nog vele malen slechter, en dat heeft ook zijn uitwerking op de dollar en de yen. Dat betekent dat de euro een aantrekkelijke munt blijft voor investeerders. Daar komt bij dat de Chinese yuan (nog steeds) geen reservemunt is.
Elke ochtend beleggingstips ontvangen? Meld u gratis aan voor Cashcow Daily!