Nu de rente op staatsobligaties in de belangrijkste ontwikkelde markten rond 2% schommelt, voelen beleggers zich steeds meer genoodzaakt om risico’s te nemen als ze de inflatie het hoofd willen bieden. Maar welke sectoren bieden de meeste waarde?
Terugkijkend op de afgelopen jaren kunnen we constateren dat de voorkeur van beleggers in 2008 had moeten uitgaan naar defensieve sectoren (zoals voedingsmiddelen en farmaceutische bedrijven, etc.) en in 2009 en 2010 naar cyclische sectoren (zoals industriële ondernemingen en grondstoffen). Vorig jaar waren defensieve namen weer geliefd, aangezien de economische groei werd afgeremd door de schuldencrisis. Hoe moeten beleggers zich in 2012 positioneren? Moeten ze hun geld nogmaals op de winnaars van 2011 inzetten of hopen op een herstel van de conjunctuurgevoelige bedrijven?
Niet eenduidig
Het onderscheid tussen defensieve en cyclische sectoren in 2012 zal niet net zo eenduidig zijn als in voorgaande jaren. De reden voor die veronderstelling is tweevoudig. Ten eerste lijkt geen van beide categorieën bijzonder over- of ondergewaardeerd in historisch opzicht, behalve misschien de sector voeding en dranken, die vrij duur oogt. Ten tweede zullen de economische ontwikkelingen in 2012 niet voor dusdanige verrassingen zorgen – in positieve of negatieve zin – dat beleggers opnieuw een voorkeur zullen tonen voor veilige toevluchtsoorden of risicovolle posities.
Amerikaanse beleidsmakers zullen waarschijnlijk een (bescheiden) groei blijven ondersteunen, minstens tot de verkiezingen, terwijl beleidsmakers in de eurozone er waarschijnlijk in zullen slagen een diepe recessie te voorkomen, zelfs als hun optreden reactief blijft in plaats van proactief. De inflatie neemt naar verwachting licht af en de grondstoffenprijzen blijven goed ondersteund op hun huidige niveau dankzij de groei van opkomende markten.
Vooruitzichten
Op basis van dit scenario gaat onze voorkeur over het algemeen uit naar aandelen en sectoren die bepaalde kenmerken gemeen hebben:
1. Internationale diversificatie en een sterke aanwezigheid in opkomende markten.
2. Voldoende omvang en status om een goede toegang tot de kapitaalmarkt te garanderen alsmede een beperkte afhankelijkheid van bankkredieten.
3. Aantrekkelijk dividend, met een nadruk op de mogelijkheden van dividendgroei in plaats van het dividendrendement in absolute zin.
4. Afhankelijkheid van de grondstoffencyclus en niet van de cyclus van kapitaalinvesteringen.
Op basis van deze kenmerken geven wij binnen de defensieve categorie nog steeds de voorkeur aan gezondheidszorg en voeding en dranken. Hoewel deze fondsen niet langer goedkoop zijn, voldoen zij over het algemeen wel aan drie van de vier criteria. In de cyclische categorie hebben wij een voorkeur voor aandelen van grondstoffenbedrijven, zowel binnen de energiesector als – sinds kort – binnen de sector basismaterialen. Die laatste sector presteerde in 2011 het slechtst, maar voor 2012 verwachten wij betere vooruitzichten.
Tot slot hebben we nog steeds een voorkeur voor technologieaandelen, waarvan vele een structureel groeipotentieel combineren met een sterke balans en een redelijke waardering. Twee defensieve sectoren die relatief goed presteerden in 2011, maar dit jaar waarschijnlijk meer risico’s meebrengen, zijn nuts- en telecombedrijven. Deze sectoren bieden zeer hoge dividenden, maar die zullen waarschijnlijk eerder dalen dan stijgen. Daarnaast hebben deze bedrijven over het algemeen een gebrek aan diversificatie en hebben ze veel vreemd vermogen op de balans staan.
Beleidsmakers
De financiële sector blijft een van de moeilijkste sectoren om in te schatten. Geen enkele andere sector is zozeer afhankelijk van beleidsmakers, met name in Europa. In deze sector hebben wij onlangs een ‘neutrale’ positie ingenomen, aangezien de landenrisico’s goed in evenwicht lijken te worden gehouden door lage waarderingen en een proactieve rol van de centrale banken. Het zijn de ontwikkelingen bij deze fondsen waarvoor we ons het meest schrap zullen moeten zetten.
Samenvattend: wij denken dat beleggers in 2012 moeten uitgaan van een evenwichtige benadering door zich te richten op ‘saaie’ sectoren als gezondheidszorg en voeding en dranken evenals meer economisch gevoelige sectoren als grondstoffen en technologie.
Door: Ad van Tiggelen, senior strategist ING Investment Management